RSS feed
2018

Zondag, 17 juni 2012, blogpost van Fred

Archeologie van het asfalt

Het wegdek vertelt veel van een land. Zeker ook het wegdek tussen Florence en Napoli, dat voer van onze wielen was. En vandaag – of eigenlijk gisteren – zeker. Weerbarstig voer. Bij het naderen van Napoli veranderde het wegdek van vriend in vijand. Napoli, de in Wereldoorlog II meest gebombardeerde Italiaanse stad is nog steeds een mijnenveld, met gaten, bulten, sleuven, scheuren, breuken. Als we van ons romantische pleintje in Piedimonti vertrekken denken we aan de berg die ons wacht, de Vesuvius. Niet aan het wegdek. We groeten de hotelier en er klinkt geklik vanonder onze zolen. Op weg voor de laatste etappe. We dalen en stijgen soms, terwijl de temperatuur angstaanjagend stijgt. Het maakt geuren los. Niet alleen die van het asfalt, met zijn penetrante zure lucht als van zwetende olie. Nee, ook die van het platteland en de idylle die ons omgeeft. Gioia Sannitica, Amorosi (we roepen het naar elkaar, omdat het om de liefde gaat), Sant’Agata de Goti. Het ruikt er naar jasmijn, naar rozemarijn en oregano, naar rozen en – soms – naar mest. Daar zien we ook de fietser met de twee tanden, waar Jaap en ik een verhaal bij verzinnen (‘hij opende zijn bidon met zijn tanden”, “hij heet Gianni, zijn palmares staan in zijn mond”, en lachen onze fluoride gebitten bloot, we zijn jongens). Maar na Sant’Agata is het gedaan met de idylle, met de zinnenprikkelende geuren en betoverende landschappen. We hebben goed tempo gereden. Om vanuit de droom snel in de ellende te komen. Die van de stad, de stank en het weerbarstige wegdek. Het andere leven, dat op het eerste gezicht meer tragiek dan vreugd heeft. Vanaf het moment dat we Napoli zien vanaf de berg is het mis. het begint met een dode rode kater, die opgeblazen aan de wegkant ligt. Dan komen de eerste vuilniszakken, zakken puin, of gewoon los afval. Plastic flesjes met latte, luiers, groenten, fruit in bruine tinten, kapotte kopjes, duizend dingen die nergens meer voor dienen. Ver, heel ver van het credo “afval is voedsel” dat duurzaamheidgoeroes prediken. Hier is afval afval. Niets meer, niets minder. De misselijkmakende geur van her en der achtergelaten vuilniszakken, die liggen te rotten onder de brandende zon. Opwaaiend of opgewaaid afval dat in bochten of stille stukken tegen de muren of heggen plakt. Op sommige plekken aangekleed met meestal Afrikaanse, gitzwarte bermhoeren. Armoe, misbruik. Het landschap wordt van idyllisch snel cynisch. En dan zijn we nog niet in de stad aan de voet van de Vesuvius. Ons peloton snelt voort, viert de sport, het leven, het lichaam. Napoli, veniamo qui! juicht het van binnen, al wacht de vulkaanflank. En stijgt de temperatuur richting de 40 graden. Maar we ruiken het. We ruiken de stad, het vuil en de dood. Die van de rode kater. En van menig ander. Geurvlagen van verrotting. Terwijl wij, soms diep, moeten ademen. Schone lucht willen. Zuiverheid. Schoonheid. Gezondheid. Woorden die hier een andere betekenis krijgen. Met de geur, het landschap en de mensen (dik, armoedig opzichtig gekleed, soms erg mooi, luidruchtig, brutaal, levenslustig; kortom, mensen) verandert ook het wegdek. Het wordt een soort slagveld, met loopgraven, tankgrachten, versperringen en levensgevaarlijke voertuigen. Het slagveld van de mobiele mens. Omdat we niet kunnen stilzitten, blijven. Fascinerend asfalt. Archeologie. Het materiaal alleen al. Behalve de platgereden hagedissen en ander leven, zie je remsporen, breuken en reparaties. Steeds weer, steeds meer. Hobbels, gaten, scheuren. Nergens is het echt nieuw aangelegd. Noodverbandjes. Haastige reparaties, die als zwarte korsten op het getekende asfalt liggen. Niet één of twee, maar soms tientallen per honderd meter. Het zegt veel over leven en cultuur. Archeologen zouden er inderdaad wel raad mee weten. Het is Parijs-Roubaix. Onze handen doen pijn. polsen, schouders, zitvlak: alles doet pijn, protesteert. Maar dan is er behalve asfalt ook steen. Zwart steen. Keitjes in kapotte waaiervorm aangelegd. Of zo maar neergekwakt. Er lijkt geen systeem. Tussen de toenemende stroom auto’s, vrachtwagens, bussen, scooters en overstekende Italianen zoeken wij ons een weg. Peter voorop, dan weer Maurits, Noud of ik. In de verte gestolde lava en as. Hier zwart steen, dat pijn doet. De apotheose: grote vierkante brokken natuursteen, vol gaten, hoeken, punten en schots en scheef neergelegd. Keihard. In dorpen en over doorgaande wegen. Voor de Vesuvius. En van de Vesuvius naar Napels. Over wat ergens de boulevard wordt genoemd, maar dan toch echt die van de ‘broken dreams’. Het martelende wegdek, het ten hemel schreiende stadslandschap, de lelijkheid en herrie. Hier wordt geleefd en geleden. In een zeer smal straatje hangt een dame op fietshoogte in een uitkragend balkon, met uitkragend decolleté. Wij moeten stoppen. Er ontspint zich een minitoneelstukje, vol gulzige blikken, eindigend met een langgerekt, verlangend Ciaaaoooo van de jongedame, die nooit zal weten wat voor cohort geweldenaren onder haar raam voorbijtrokken. Gelukkig. Oh ja, die Vesuvius waar we nog op moesten. Niet heel lang, wel slopend en schitterend. We deden het bijna allemaal. Peter the Gladiator haalde als eerste de top, na een tergend langzame inhaalrace op mij, die snel vertrok en nooit in het goede ritme kwam. Goede benen, geen lucht. Benauwd. Te zwaar dit verzet. Peter zijn welverdiende dagprijs. Eindelijk, en een hele mooie. Ook Noud passeert vlak onder de top. In kokende hitte een berg nemen met gemiddeld 8% stijging en stukken 12%. De Vesuvius ligt rustig maar maakt nog steeds slachtoffers. Ik kom kapot boven, teleurgesteld ook. Maar het asfalt was goed. Mooi, grijs asfalt. Met keurig gekalkte cijfers die de afstand tot het einde van de lijdensweg aangeven. Wit op grijs. Van binnen voel ik zwart. Maar boven is er onze begeleider Cok, Cola en druppelen de andere bedwingers van dit natuurverschijnsel binnen. Jaap, André, Maurits en Onno, zichtbaar kapot gevochten maar ook hij heeft het gered. Cornelis redt het niet: de hitte. André dus alweer goed. Met brede grijns vertelt hij van de Madonna del Vesuvio. Geen heilige, maar een fotomodel dat in een bocht haar borsten ontblootte voor een fotograaf. André de zelfverklaarde billenman was toch maar even van het uitzicht gaan genieten. Niemand heeft het gezien. You only see if you truely understand. Ik heb toch te snel gereden. Zelfs Peter heeft na zijn triomf iets spijtigs in zijn stem: ‘welke bocht was het?’.
Een prachtige afdaling, een bizarre stad, een hotel in Napels dat hotel Napels heet. We zijn er. Omhelzingen, ferme handdrukken, blijdschap en prille weemoed net als vorig jaarin Florence. We hebben het weer gedaan. En veel, maar nog te weinig geld opgehaald voor fietsen4fietsen.
Als we ’s avonds door de stad lopen zien we dat het barre wegdek op weg naar Napoli de metafoor is van een cynische, zwarte stad, die ons nu niet verovert. Wij koesteren dan ook een hele andere overwinning. Die van lichaam, geest en goed gezelschap. Volgend jaar verder. Nieuw asfalt. Avanti!

Partner ministry of Chuck Colson Center for Christian Worldview e
burberry outletSilver Spring Finally Makes It To Wall Street
List of Jobs Related to Fashion Design
woolrich de malaysia to shop online will be here to grow

List of Jobs Related to Fashion Design
woolrich teton explorer parka malaysia to shop online will be here to grow