RSS feed
2019

Zaterdag 30 mei 2015, blogpost van Jaap: Levels of pain

Onda kleurt roze als wij ons klaar maken voor vertrek. De stad fleurt er zichtbaar van op. Talloze fietsers fladderen langs ons hotel de stad uit, in geweldige Spaanse pakken, maar niemand komt in de buurt van ons tenu. Van de roze trui zie je er doorgaans maar een, de leider in het klassement van de Giro. Wij dragen er allemaal een en dat zegt wat. Allemaal leider in ons persoonlijk klassement. Het ziet er knettergek uit, als we met onze fietsen door een bloemenperk klauteren naar een fontein om een fotootje te maken. Poetin heeft net weer wat mensen in de bak gegooid die deelnamen aan een illegale gay parade. Wij komen Rusland met deze shirts niet in.
Maar eenmaal op de fiets, in het landschap, is dat roze fantastisch. Al jaren maken we er foto’s van en nooit zie je daarop wat wij zien op de fiets. Het roze steekt zo af tegen alles wat te zien is, de kleur prikkelt onmiddellijk de zinnen, natuurlijk is het volstrekt over de top, maar het doet wat. We herkennen elkaar ook van ver als we ver voor of achter liggen in een klim, ook makkelijk. Aan het begin heeft de etappe weer een hoog limoncello gehalte. We rollen door het landschap, vals plat omhoog en naar beneden. Ontspannen fietsen. Als we eens een stuk klimmen fiets ik rustig pratend met Joost omhoog. Verhalen van onze jeugd en onze vaders, en onze drommelse zonen. Wat geven we door? Koffie op een pleintje in Atzeneta del Maestra, met schitterende steegjes. Veel wielrenners door het dorp, met nrs op hun fiets, een tocht aan de gang? Als we het dorp uitfietsen zien we ineens een paar honderd wielrenners staan wachten, ze gaan kennelijk zo van start. Wij fietsen een stuk voor ze uit, als een geweldige roze middelvinger. Maar langzaam halen ze ons in. Als wij rechtdoor moeten slaan ze linksaf, de heuvels in. 287 km fietsen ze vandaag, zegt een verkeersregelaar. Wat? De cognitieve dissonantie slaat toe. Vertwijfeling in onze ogen. Hoe kan dat? We dachten dat wij deze week een bijzondere prestatie leverden, en fietsen hier maar zo een paar honderd Spanjaarden ons uit de glorie? Dit kan niet waar zijn. We beginnen direct te verzinnen waarom het niet kan kloppen dat ze vandaag 287 km fietsen, gemiddelde snelheid, uren fietsen op een dag, etc, Fred en ik spreken af straks op het internet eens goed onderzoek te doen naar deze mysterieuze tocht, wat we hier zien moet zorgvuldig worden gedeconstrueerd en tot aanvaardbare, dwz minder heroïsche proporties dan de onze, worden teruggebracht. Even later mogen we zelf aan de bak, de klim naar Ares wacht op ons, de top op 1137 mtr. Cornelis is de hele dag al sterk, niet van de kop geweest. Met Fred, altijd vooraan als er echt geklommen wordt, is hij
weer vooruit. Ik ga er achteraan, kom in het wiel maar ze gaan te hard, ik ga niet echt stuk maar houd het tempo niet. Langzaam fietsen ze van me weg. Ik zie Fred voor me ook wegrijden bij Cornelis. Ik pieker wat er aan de hand is, waarom kom ik niet harder vooruit? En dan ineens begint het me te dagen. Ik zit op het verkeerde pijn niveau. Ja, dit doet pijn, benen steken, maar ik ga niet stuk. Ik moet gewoon harder fietsen. Dat doet meer pijn, ik ben gewoon vergeten hoeveel pijn ik kan hebben tijdens het klimmen, ben op een te laag pijn niveau blijven hangen. Ik zet aan, bijt me door de eerste, verdiepende pijn heen en met deze extra pijn begin ik Cornelis in te halen. Gaat eigenlijk best, harder fietsen, meer pijn. Cornelis komt dichterbij, ik kan hem voorbij. Ik zie Fred weer in de buurt komen en zo fiets ik een meter of 200 achter hem aan naar boven. Gave, leerzame
klim. Onthouden als we in de Pyreneeën fietsen straks. Boven staat de lunch klaar, onder steeds grauwer wordende luchten cum onweer gerommel. Precies als we weer opstappen vallen de eerste
druppels. Regenjekkies aan, toch maar naar beneden. Het lijkt wel hagel, hard in je gezicht. Binnen twee minuten volledig doorgeregend, voel het water in m’n schoenen staan, het wordt al snel koud. Ha, dit lijkt erop, de mannen staat echt lijden te wachten. Maar we slaan rechtsaf, weg van de bui, het wordt aangenaam warmer, de druppels drogen op en de jekkies mogen uit. We jakkeren naar onze rustplaats Forcall, nog even aanzetten voor het slot. In Forcall blijken we op een dorpspleintje uit te komen, met een prachtig hotel, Palau des Ossets. Heerlijke kamer, fantastisch eten. De mannen gaan gelukkig naar bed, de illusie van onze heroïsche prestatie koesterend, de aanval van echte wielrenners vakkundig verdrongen.