RSS feed
2018

Donderdag 4 juni 2015, blogpost van Fred: La Légende du F4F

We hebben België , Luxemburg, Zwitserland, Italië, Griekenland en Spanje doorkruist. Zonder uitzondering, mooi, schitterend zelfs en ieder in ons gezelschap heeft zo zijn favoriete tochtje. Maar vandaag vierden we toch het wielerland bij uitstek: Frankrijk. Al werden we soms hinderlijk weggetoeterd door Franse automobilisten. Maar wat een land, mensen. Het is bijna als met de gezongen aarde van de Aboriginals: er ligt zoveel meer betekenis in het landschap, dan zo op het oog lijkt. En die verhalen: een landschap vol fietsherinnering. Vol – even chique – lieu de memoire voor de fietsgek. F4F is synoniem met fietsgekken.Maar voor ik wijsneuzig begin te worden even wat beelden.
Na het ontbijt stond de Tourmalet op het menu. Aan de voet staat in St Marie du Campan een beeld van een man die trots een smeedijzer toont. Een dorpssmid? Nee, Eugėne Christophe die in een etappe van 362 km (driehonderdtweeenzestig!) zijn frame brak, de berg 10 km afliep en zijn eigen frame smeedde. Hij mocht niet geholpen worden.Tekst: ‘Ice, l’histoire à forgé la légende du Tour de France’. Een standbeeld, een tekst en er is geschiedenis. Destijds steeds door onverbeterlijke commentator Jean Nelissen op TV herhaald! Zo doen Fransen dat. Verhalen maken. Maar het blijft niettemin een monster, die Tourmalet. Met van kilometer 5 tot 17 stijgingspercentages van boven de 8%.
In eerbiedige stilte kruipen wij op onze niet-gesmede velo’s. Voorzichtig, want ik voel me niet top door wat intestinaal ongenoegen. Nog even rijden Onno en Peter vooruit. Dan komen Jaap en ik op inmiddels voorspelbare wijze langszij. Ik voel de moordenaar onder mijn wielen (ooit werd de Tourdirectie ervan beschuldigd een bende moordenaars te zijn, toen ze deze col in het parcours opnamen: alweer een légende de Grand Tour de France). We zweten en puffen. Gaan we samen door? Het spel is begonnen, want ook als we samen door gaan komen we toch vaak alleen aan. Zo gebeurde in Mongie. Verwarring over de route. Ik draai mijn stuur om het de gewone citoyen te vragen… Is Jaap al doorgesjeesd. Wat nu? Een vluchter achterhalen op een moordende berg?Ik roep nog: ga je door? En zie dat zijn benen JA! zeggen. Hij versnelt. Ben ik sterk genoeg? Een achtervolging begint, terwijl de pracht van de Pyreneeën zich verder opent. Blijf draaien. Niet schakelen. Drink. Hijgende hitte. Kom op. Je kunt het! Enfin, 100 dingen flitsen door mijn bezwete hoofd. Ik rijd over plakkend asfalt, over paardenvijgen, over een dood puttertje en voel mijn krachten…terugkomen! Langzaam nader ik het Chasseur des Cols shirt. Stilist Jaap maalt krachtig, zit stil. Maar ik zie ook dat Jaap lijdt. Warmte! Ik passeer. We zeggen niks. En dan: historie à forgé la légende du F4F. Ik zet even aan, ben los, voel de heerlijke spanning in mijn beenspieren en juich een stuk weg omhoog. Vier bochten verder roep ik Bernadette van Lourdes even te hulp. Even verder is er al geen heilige meer nodig. Het wegdek verraadt wielergoden met veel meer kracht dan ik: Valverde, Contador, zelfs Virenque. Op eigen kracht kom ik aan de top. Jaap zit een stuk achter me, is ondanks wat tegenslag goed doorgefietst. Krachtmens, hoor ik Jean Nelissen zeggen over deze legendarische F4F-renner. Boven is het magistraal mooi. Massieve bergen, sneeuw, groen, helderheid en…lama’s. Maar ook een hommage aan een nieuwe andere legende de la grand historie du cyclisme Francais: Jacques Goddet. Vlak naast het tentje waar ik niet naar het toilet mag.
De afdaling: groots en meeslepend. Op naar de Soulor en Aubisque: bergen waar legendes werden geboren en reputaties braken. Maar niet van ons, denk je dan. Maurits, Joost, Onno, Noud, Peter, Jaap en ik trekken ten strijde. Een groot stuk wegdek wordt alvast voor de Tour geprepareerd. Wij rijden door plakkerige teerstenen. Maakt niet uit, dit is de mythische Soulor. Het asfalt smelt, de vogels zwijgen en wij stijgen: 8%. La légende du F4F krijgt nog meer kleur. Jaap en ik zijn snel weer samen alleen. Onno is eerder vertrokken, omdat hij… Ja, waarom eigenlijk? Achter ons horen we Noud hijgen, Peter kraken en Maurits denken: waarom?! Joost is afgehaakt om Het Verhaal dramatisch te kruiden. Mijn benen zijn nog steeds goed. Ik rijd alleen. Triomfantelijk door de natuur, de kathedralen van graniet, de lichtheid van het aardse. De temperatuur was volgens Noud boven de 40 graden. Ik voel het niet, zoals je meestal weinig voelt als je ‘goed’ bent. Achter me, in de diepte, kruipen minirennertjes. Jaap probeerde het, maar lijkt de handdoek te gooien. Te warm voor hem. Ik voel mijn lichaam nu protesteren. Longen die barsten, benen die branden; enfin, u kent de vocabulaire van de velosoof. Allemaal overdreven, maar hoe kom je anders aan légendes? Ik arriveer op de top van de col, de mythische Soulor, die overgaat in de Aubisque. Geen standbeeld van Felix Levitan, geen voor Gemiani, of een andere held. Kaal, maar wel met oranje geverfde schapen. De lama’s waren op. Jaap komt na enige tijd binnen: stuk. Het duurt daarna lang voordat de anderen één voor één binnen druppelen. Weer gered! Er is zichtbaar geleden. De zoutplekken kleuren het Chasseur des Cols shirt.
En weer door met een onvergetelijke afdeling op de flanken van het Cirque, geen circus maar een halvemaanvormige bergrand. Hier viel Wim van Est in het ravijn (en mijn Pontiac liep nog) en staat de tijd weer stil: geschiedenis, légendes du Tour de France. Maar ook wij versagen niet: er wordt geklommen naar de top van de Aubisque. Deze keer rijden Jaap en ik hem in volle triomf samen: dit moet je samen doen en beleven. Door uitgehouwen tunneltjes, langs diepe, diepe ravijnen zonder vangrail, en met een fenomenaal, wijds panorama. We bijten ons over de laatste al te steile stukken – weer steiler dan voorgespiegeld – en komen als LeMond en Hinault boven, handen zwaaiend, maar nu niet voor de pers, maar om deze magistrale tocht, door dit landschap vol herinnering en verhalen te vieren als vrienden. En voor de camera’s, ook dat. Hier viel van Est in 1951, hier won Hennie Kuiper, hier raakte Aimar buiten bewustzijn. En hier voegen wij – de vijftigers van F4F – weer een hoofdstuk toe aan onze magistrale kruistocht in wielerbroek. Het monumentale borstbeeld van de Belgische légende Lucien Buysse zag ik vanuit een ooghoek in Béost, toen wij met snelheden van boven de 50 km per uur naar beneden raasden. Een held is iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest, zei WF Hermans. Die kon niet weten dat ons heldendom gesierd wordt met een vette, hele vette knipoog. En dat is maar goed ook.