RSS feed
2019

Maandag 1 juni 2015, blogpost van Fred: Geen Stijl

Het hoge woord is eruit: ons peloton F4F-klasbakken kent geen stilist. In de zesde editie van F4F ligt dus weer een illusie aan diggelen. We weten dat we geen vedetten zijn. Ala! Doen we niet moeilijk over. Maar dat we nu ook onszelf de maat hebben genomen en moeten concluderen dat we – ‘misschien op Jaap na’ – geen stilisten zijn, dat hakt erin.
Voor u, lezer, moet dit overkomen als overgevoeligheid van oude mannen. Dat klopt en dat moet serieus genomen worden. Kijk, van Noud weten we dat hij keihard fietst met wijd uitstaande benen, alsof hij niet fietst maar een paard berijdt. Geen probleem, want onze wegkapitein maalt er niet om. Van onze Onno is wijd en zijd bekend dat hij fietst als een oermens, een Viking. Pure kracht die de pedalen in een soort maaiende beweging straft. Maurits is de spreekwoordelijke stoemper: kracht x doorzetten = Maurits. Net als het kenmerkende verbazing dat hij in een beklimming weer in de achterhoede belandt. Geen stilist, wel een renner.
En zo hebben we dus allemaal wat. Ook ikzelf. In winkelruiten en andere spiegelende oppervlakken zie ik mezelf wel eens rijden. Dat doe je gewoon als wielrenner. Het zou eigenlijk een Rule uit The Rules (lees mijn blog van gisteren) moeten zijn: in winkelruiten zie je al fietsend altijd pure klasse en stijl. Ook als het een ruit van de V&D betreft. Helaas geven beelden en foto’s van mezelf die werkelijkheid niet altijd weer. Ik zie een renner met weliswaar lange pezige en gebruinde benen, maar ook een wat gedrongen romp. Te ver naar voren gebogen. Niet een soepele zit, om van de tred – waar winkelruiten uiteraard ook een vals beeld van geven – maar te zwijgen. Te onrustig bewegend. Eigenlijk toch een kompel die een dansje doet. Ook ik! Alleen Jaap zit perfect stil. Maar voor het oog nog wat te hoog?. Het is om horendol van te worden. Wij geen stilisten?!
Mannen van middelbare leeftijd, in de bloei van hun goeddeels voorbij leven, verliezen een illusie. En laat dat nou dit jaar – oh ironie – één van de gekozen thema’s aan tafel te zijn. We lezen ‘When Nietsche wept’ van Irvin Yalom. Het gaat in de tafeldiscussie om de vraag van Nietsche: kunnen we leven zonder vast te houden aan illusies en niet te vervallen in nihilisme? Grote vragen, want we hebben doorgeleerd. De vraag geeft ruimte voor een nieuw licht op ons stilistisch vermogen. Nieuwe inzichten. Laten we eerlijk zijn, Noud fietst wijdbeens, maar met een onwaarschijnlijk soepel tempo. Tempo hoort bij een goeie stijl. En Onno weet de slingerende beweging tot iets hypnotiserends te maken: stijl als perpetuum mobile. En eerlijk is eerlijk: Maurits’ kromming naar het stuur is de stijl voorbij. Toch?
Nee, natuurlijk niet. Wij zitten misschien wel ‘als een drol op een fiets’. Maar in de illusie dat het er beter uitziet, stilistisch overtuigt, vinden wij de troost. Illusie schenkt troost. En die vinden wij, vermeende Adonissen (Peter voorop), toch in de gedachte dat het er pico bello uitziet. Al was het maar dat we toch er ALS GROEP fantastisch uitzien. Toch??…