RSS feed
2019

Blogpost van Fred, 7 juni 2016, Onze Onno

Er zijn mensen waar je ‘op een bepaalde manier’ van houdt. Onze kameraad Onno is er zo één. Al zes jaar bij F4F een vaste waarde, zoals dat heet. En nu is er geen ontsnappen aan: Onno is er dit jaar niet bij. Tenminste, niet fysiek. Andere, veel belangrijker zaken maken dat de burgemeester verstek moet laten gaan. Gelukkig fietst hij gewoon mee. Zo is Onno. Onno is erbij. De afgelopen dagen zagen we hem regelmatig een ‘Onnootje’ doen. Zonder aankondiging, zonder een ontsnapping te ‘telefoneren’ – zoals dat in wielerjargon heet – pleegt hij te demarreren. Wham!! Een soort huwelijk tussen oerknal en klassieke demarrage. Het liefst op een onmogelijke plek, bij de start van een klim. Het is meestal een ambitieus plan, de strategie is mager, het effect even imposant als dramatisch. En zeer voorspelbaar. Vorig jaar op de Tourmalet vertrok hij alvast voor de klim. Dat was een pseudo-Onnootje. Een totaal gesloopte en uitgeputte Onno passeerde ik op kílometers voor de top. Er ontsnapte nog net een soort zucht aan hem. ‘Jeesss’ zei hij, maar het had ook een imitatie van de laatste ademtocht van Tony Simpson kunnen zijn. Dat is mooi een bruggetje naar vandaag, de dag waarop wij met F4F de Mont Ventoux gingen doen. Onno reed voor mij mee. Dat had ik mij voorgenomen. Hij hoort erbij. En inderdaad. We waren dè streep in Bedoin – voor de niet-kenners, dat is van waaraf de 21 slopende kilometers naar de top worden gemeten – nog niet gepasseerd, of in mijn ooghoek zag ik een schicht. Een Onnootje? Onno!, dacht ik. Dus toch! Maar kijkend naar het rijzige, wat ongemakkelijke doch zeer atletische lichaam, zag ik fluks dat het anders was. Niet de oermens, met de machtige, ploeterende pedaalslag, alsof er letterlijk door de oude, blauwe zeeklei moet worden geploegd. Niet het profiel van een renner die heen en weer schuddend het asfalt tart, in een oerdrift tot overwinning en ontkenning van iedere belemmering daartoe. Nee, het was onze eigen gladiator Peter. Om een snelle tijd neer te zetten probeerde hij alvast winst te pakken, om de seconden straks per km in te leveren bij de zwaartekracht. Jaap en ik keken elkaar aan. Wij reageerden als bij Onno: uit liefde voor het fietsen en de wonderlijke karakters van F4F die zich daarmee verpozen: gewoon laten gaan. Maar wel iets het tempo opvoerend. De schrik van de klim doet immers twijfelen. We zien ondertussen twee Belgen opstappen, die uit een circus lijken weggelopen. Kleurig kolderiek. Absurdisme hoort bij wielersport. We passeren daarna een lichaam…, ja dat was het vooral. En toch fietst het. Ook dat. Terug naar de oermens. Ik voel dat Onno meefietst, de Kale Berg op. Zijn genereuze geest. Ik heb hem nodig. Mijn geest komt in de vernauwde koker van de inspanning. Met alleen uitzicht op verval, wanhoop. Dan begint het bos. Het BOS, mensen! Uit het open landschap ga je letterlijk en figuurlijk naar binnen. Je rijdt een heus donker bos in en daalt af in jezelf, hopeloos op zoek naar kracht en inspiratie (al is dat op dat moment een veel te moeilijk woord, maar dat mag in een blog). 10% stijging tussen kilometer 6 en 14 van Het Bos. Ik voel van alles (niet): mijn benen, mijn longen, mijn armen en au! mijn zij. Stomme val gisteren. Ik zoek Onno en zie hem voor me, in de verte. Peter zijn we dan al gepasseerd. De gestalte woelt, worstelt, verdwijnt om de bocht. En blijkt even later een normale fietstoerist, met dito lelijke trui. Onno, denk ik, help me in hemelsnaam. Mijn spieren zijn kabels die worden aangedraaid. Jaap neemt zwijgend, machtig pedalerend afscheid. Ik kan niet aanpikken. Simon hijgt ergens achter me, om even later als een hertje uit het bos mij voorbij te wurmen. Kracht. Onno, Onno, waar ben je? Uit Het Bos langs Chalet Reynard, eindelijk. Hier ontvouwt zich uit de groene plots een kale, gele wereld. De stijging neemt af. De pijn neemt af. Ik passeer renners. Jaap en Simon zijn verderop in een strijd verwikkeld. Ik wil er naartoe! Mijn vermoeide brein ziet een dinky toy-achtig gevecht op geel doek, met blauwe achtergrond. En een witte toren in de verte. De finish! Ik kan niet echt afzien, voel de pijn in mijn zij, baal, geef het op. Net als Onno duizendmaal deed.  Bij het monument van Tony Simpson zeg ik: hello Tommy!, En zit Onno daar toevallig? Nee, ik moet het zelf doen. Vlak voordat ik de laatste bocht naar het observatorium neem voel ik iets achter me. Ik kijk om. Het is de geest van Onno, die mij aanmoedigt: fantaaaasstisch, Fred!! Zo zie je maar hoe je iemand echt kan missen en daar een heel blog over schrijft. Zoals onze Onno. Fijn dat hij erbij is.