RSS feed
2019

Blogpost van Fred, 4 juni 2017, Unvollendete

De dag begon perfect. Terwijl wij in onze special edition Fausto Coppi-truitjes onze dagelijkse fietsrituelen afwerken, stond ze er ineens. In de neoclassicistische entree van ons hotel Imperio Romano (sic!), zo maar, een dame in het wit. Op de dag dat wij naar Castellania willen fietsen, om het dorpje, museum en monument van Fausto te aanschouwen! Echt! Fausto die niet zijn eigen ega, maar de Dama Bianca als muze eerde met zijn overwinningen. Die steeds aan de meet stond. En waarmee hij een kind kreeg, dat vanwege de kerk, de moraal en Italië, in Argentinië geboren moest worden. Maar dit terzijde. Ze stond er. Veelbelovend, dachten we toen we wegreden om 180 km te gaan pedaleren, met zijn dorp Catellania als tussenstop. Nog geen uur later was onze bedevaart echter ten einde. De route naar de voet van de Apennijnen bleek ondoorgrondelijk en met hindernissen bezaaid: puinwegen, niet bestaande wegen, enfin: te veel om de moed erin te houden. En er stonden al zoveel kilometers op het menu. Ciao Fausto, veriamo! We namen de ‘gewone route’ naar Crema. Het volgende teken dat het geen gewone dag was kwam snel. Regen! De instabiele luchten deden hun werk. Het water druppelde eerst op het asfalt, maar droogde meteen op. Er vielen steeds meer, steeds grotere druppels. Even later reden we in een waar waterballet. Slechte wegen, dito afwatering. Het warme water spatte op en maakte het niettemin tot een aangename sensatie. Een lekker buitje. Eerst voel je de frisheid je schoenen inlopen. Dan volgt je rug die landingsplaats is voor opspattend water. Vervolgens sproeit de fietser voor je jou onder via zijn achterwiel. Weldadig warm en vies water. De prachtige Coppi-shirtjes werden besmeurd met datgene waarop Fausto triomfen vierde: asfalt en modder. Het werd nog erger, want de fietsbril werd een landschap van waterdruppels waardoor je zoekend het wiel voor je en de weg moet vinden. Gevaar. Dat werd nog groter door de talrijke gaten in de weg, die zich met water vulden. U begrijpt, een waterballet dat het ervaren F4F-peloton zwijgend over zich heen liet komen. We hadden nog meer dan 120 km te rijden. Niet zeuren. Kop overnemen. Tempo! Vai! Een kwartier later brak de zon weer door en prezen wij het schone Italië. Bijna himmelhochjauchend. Een behaaglijk zonnetje warmde ons op. Het Goede Fietsen kon weer zegevieren.

Dachten we. Kort en goed, het vinden van de juiste route is zelden zo’n chaos geweest als vandaag. Oost werd west, noord werd zuid. En al onze Garmins, Mio en andere fiets-TomToms werden eerder oorzaak dan oplossing van verwarring. Bij Castellazzo Bormido – die naam! – lag het dieptepunt. Op een kruispunt stonden zo’n beetje 8 mannen individueel naar hun devices te turen, speurend naar de juiste route. Af en toe riep iemand zomaar: we moeten de SS1 hebben, of: we moeten via Alesssandria, of: nee, Nova Ligure! Het werd bijna hilarisch toen onze navigatiesterren Peter en Maurits – allebei keien in kaartlezen en routes bepalen – op een totaal onooglijk kruispunt gebroederlijk naast elkaar knielend, zich over de kaart bogen. Minutenlang. Geen contact met de wereld. Mij viel op dat ze precies naar het oosten knielden. Hilarisch. Het zou zo blijven. We waren letterlijk en figuurlijk een beetje de weg kwijt. Als we echter en route waren, werd er in weer een pittig tempo gereden. Vaak tussen de 35 en 40 km p/u. beurt voor beurt. Geholpen door een matig rugwindje. Jammer dat bij ons hotel in Crema geen Dama Bianca, of desnoods Rosso, op ons stond te wachten. Het was begeleider Paul, die de kamersleutels uitdeelde. Douchen en een wasje doen. Niks romantiek of ander gekweel. De dag dat wij Coppi zouden ontmoeten eindigde met 8 roze truitjes hangend aan haakjes, drogend in de warme wind. Klaar voor nieuwe dromen. Die wel uitkomen.