RSS feed
2019

18 juli Bad2Bad, door Fred

Vandaag in de hitte over de westflank van de Harz, van Hildesheim naar Göttingen, maar ook van het ene Bad naar het andere. Het begon na het vertrek uit Hildesheim namelijk pas echt in Bad Salzdetfurth. Mijn Garmin bleek niet goed opgeladen. Dus na koud 20 km al koffie en oplaadtijd. De Konditorei ziet er vrolijk uit. De taart nog beter. Ik zet mijn fiets tegen de gevel aan de overkant. Een Duitse vrouw op leeftijd bijt mij toe: ‘Das ist nicht erlaubt!’ en kijkt als een schooljuf. Warum? “Het beschadigt mijn gevel’. Ze kijkt nog steeds of ik iets vreselijks doe. Ik haal mijn schouders op. In mijn geheugen komt mijn oude lerares Duits de Waal terug. Streng, maar ‘zumpaties’. Zij leerde mij het begrip Spiesbürger, en sprak dat met een venijnig soort afwijzing uit. Deze vrouw die zich om haar gevel bekommert: veel ‘spiesser’ tref je ze niet aan. De Konditorei-mevrouw zet naast mijn capu en ‘Mandarinen-Käsetorte’ een glaasje water. Ik glimlach. De schat. Een andere mevrouw – burgerlijk, netjes, iets uit de hoogte – tipt mij ongevraagd de kunstroute van naar Bad Ganderheim. Radweg zur Kunst! Ik monster mijn gemoed. En kijk even later op de site; ‘Aktiv Kunst erleben’. Wie wil dat nou niet? Al rijd je rond in een lycra truitje waarop ‘Chasseur des Cols’ staat en je er ook verder niet erg cultureel uitziet. En dan het Duitse: afstand, hoogtemeters, minimale en maximale hoogte, alles staat aangegeven op de site om de kunst sportief bereikbaar te maken. Even later zie ik het eerste bordje. Ik rijd een kunstroute! Precies op mijn route naar Göttingen. Geluk zit in een klein hoekje. Een foutje ook. Al na vijf km ben ik het kunstspoor kwijt. Een mevrouw met hond – ook al geen Spiessburger – brengt uitsluitsel. Zij wijst mij de weg, die uiteindelijk gewoon op mijn oorspronkelijke Garminroute uitkomt. Zo slinger ik landweggetjes over, heuveltje op en af. Kunst, Natur und Lanschaft. Toller Sache! En terwijl het ene na het andere vergezicht zich ontrolt, begrijp ik ineens wat ze over de Bahn zei. Ik rijd over een oud spoortraject. Ooit enkelspoor. Smal. Nu asfalt voor mijn wielen. En na een tijdje gaat het alleen maar naar beneden. Consequent 1% afdalen. Feest! De oude bomen vormen af en toe een groene tunnel. En ondertussen flitsen de kunstwerken aan mij voorbij. Grove, stoere kunst, die ook met 30 a 35 km in het uur werkt. Vooral het abstracte, langwerpige tweetal uit zandsteen, dat dan ook nog Begegnung (ontmoeting) heet. Hoe kort deze ontmoeting ook is, ik geniet ervan. En snel door, de tegemoetkomende fietsers ontwijkend. Vlak voor ik Bad Gandersheim binnenrijd loopt een meisje langs de weg, met levensgroot ‘kiss my ass’ op haar rug. Het is geen kunstwerk. Dan rijd ik het historische, en soms wonderlijk gerestaureerde Bad binnen. Het is één en al vakwerk. Een mooi Romaans kerkje, vakwerkhuizen en een hele abdij, het meeste door Festspiele op afzichtelijke wijze aan het oog onttrokken. Heb ik weer. Toch even lunchen. Daartoe land ik bij de lokale pizzeria die natuurlijk ‘Napoli’ heet. De spaghetti smaakt heerlijk, maar de Italiaanse taferelen maken de lunch en naam Napoli volkomen waar. Een dikke, ongeinteresseerde Italiaanse bedienster, een praatjesmakende, luidruchtig telefonerende Gino – inclusief handgebaren – en een ravenzwarte corpulente barmeid kleuren deze kant van het monumentale pleintje. Vol goede moed stap ik even later op. Het is inmiddels boven de 30 graden. De wind gaat licht tegen, het asfalt loopt op. Ik verdwijn bijna in de vlakte van Kalefeld, die niet anders had mogen heten. Warm, dolende gedachten, drinken. Een paartje rode wouwen schudt me wakker. Mooi. En verder: eindeloos glooiende heuvels. Graan. Mais. Biet. Meer is het niet. Ook geen schaduw. En denk ik ineens: op weg naar Göttingen. Ooit Europees ‘hoofdkwartier’ van de theoretische natuurkunde, waar Oppenheimer – die van de atoombom – Niels Bohr en de in de oorlog mogelijk dubieuze Heisenberg werkten. Zij hebben als wetenschappers onbedoeld (iets) bijgedragen aan het Nazi-verhaal. Bergen-Belsen van gisteren spookt nog door mijn hoofd (lees blog van Jaap). De grafheuvels die massagraven zijn. De plotse herkenning van de steen van Margot en Anne Frank. Het veld met ‘nur symbolische’ herdenkingsstenen (niemand weet waar de slachtoffers liggen). Het herinneringscentrum dat stijlvol, ingetogen moet leren niet te vergeten. Als ik de Stad von Wissenschaft binnenrijd vraag ik me af of en hoe hier vergeten wordt. Het is er verder gewoon warm, druk en met opvallend veel fietsers. Ik voeg me in de stroom, afgepeigerd. Op weg naar mijn eigen bad. Het heerlijke hotel Freigeist. Dat is nog eens een statement. Kunst, herinnering, vrijheid…. en een vrije geest. Ik ben een bevoorrecht mens. Arme Anne.