RSS feed
2019

Twee bergen, een gedachte, 2 juni, door Fred

Bij vertrek uit Leoben voel je de zwarigheid van ijzererts in deze stad. Onze fietsjes zijn inmiddels van carbon of, in mijn geval, titanium, maar de geschiedenis van zware industrie ligt als een ijzeren gordijn over deze stad.  Dat ons hotel Living Campus heette was dan ook een gotspe. Het had Ertshotel, of Living Metal moeten heten. Maar dit terzijde. We vertrokken in de volle zon en wisten wat ons te wachten stond. Twee zware cols en een verraderlijk knikske op het eind. Zo’n dag begint dan al met een jongensachtig steekspel. Want ‘we doen geen wedstrijdje, maar wel wie het eerste bovenop de berg is’. Dat soort hele en halve grappen hoort bij de codes van ons MAMIl-peloton – voor wie het niet weet: Middle Aged Man in Lycra. Maar in de rijke ontwikkeling van het F4F-peloton is veel meer aan de hand. Wij schuwen niet de introspectie, de ontdekking en zelfs het persoonlijke. Zoals trouwe volgers weten lezen we daartoe ieder jaar één of twee boeken, waar wij bij de avonddis onze ‘persoonlijke reflectie’ op geven, dat is: gerelateerd aan ons persoonlijk. Het maakt die merkwaardige testosteronwereld van mannen niet per se vrouwelijk, maar wel zachter en enorm geestig en geestrijk. En voor allen iets dat wij zorgvuldig koesteren. Ik zal het proberen te illustreren met de etappe van vandaag. Op weg naar Kirchberg beginnen we de eerste klim bij Allerheiligen. Een klim met een lange aanloop en venijnige slotkilometers, volgens het profiel. Onno en de druistige Simon rijden voorop. Beiden krachtpatsers, met dito stijl van fietsen. Helaas loopt de schijfrem van Simon aan. Hij heeft assistentie nodig van Ben. Een kopgroepje met Cornelis, Noud, Peter, Jaap en mij vormt zich achter Onno. En dan komt de olifant in mij los. Als bij toverslag besluit ik ineens naar Onno te rijden. Ik demarreer, zo gezegd. Niet veel later rijd ik alleen, nadat ik ook Onno heb achtergelaten. De beklimming is steil, mijn hartslag gaat omhoog, net onder de kritische waarden, maar ik rijd door. Als ik in een bocht omkijk zie ik geen Onno meer, wel de onverwoestbare stilist Jaap. Zal ik wachten? gaat door me heen. Toch ga ik door. Harder zelfs. Een tandje erbij, op de grens van wat ik mezelf nog toesta. Links-rechts-links. Ik draai als de ijzerertsfabriek van Leoben: zwaar zuchtend, stomend en zo efficiënt mogelijk. Ik beken: ik wil als eerste boven komen, doorgaan, mijn grenzen voor de zoveelste keer verkennen. Waarom? Dan vlakt de weg af. Er komen vlakke stukken. Ik rijd vol door op het grote mes. Achter me zie ik niemand. Als ik over de top ben en even wacht, komt Jaap aan. We dalen samen. Ik voel opluchting dat ik het nog kan, maar voel ik me ook blij? Niet echt. De tweede berg is anders. De top van de Feistritzsattel ligt op 1286 meter hoog. Bij de aanloop besluit ik deze keer met een groepje naar boven te rijden. Geen wedstrijdje met mezelf en anderen. Peter, Cornelis, Noud en ik blijven samen. Simon is al door met Onno. En Jaap is bij Maurits gebleven. Na enige pittige stukken moeten Peter en Cornelis het laten lopen. Het tempo verder laten zakken doe ik niet. Ik blijf met onze wegkapitein Noud over. ‘Kom op, Noud, blijf in mijn wiel!’. Met een blik op mijn hartslagmeter rijden we gebroederlijk naar boven, als een ware stoommachine. Ik voorop, de druk in de gaten houdend – geen hogere hartslag dan 160 deze keer- en Noud hijgend en puffend achter me. Stevig doorzettend in een lekker tempo. Wat een bikkel. We halen de top samen. Noud klopt me hard op mijn rug, zegt ‘dank je’ al weet ik niet wat te antwoorden. Ik voel me blij, omdat we het samen deden. Dan schiet het boek van Jonathans Haidt door mijn hoofd. The Righteous Mind, een absolute aanrader. Even zonder poespas: Haidt presenteert het beeld van Homo Duplex. De mens die zowel zelfzuchtig is als deel wil zijn van de groep, of: het grotere geheel. Letterlijk: “we all have the capacity to transcend self-interest and become simply a part of a whole (..) it’s the portal to many of life’s most cherished experiences’. Ik weet zeker dat ik die meesterlijk mooie beklimming met het groepje en vooral Noud me veel langer ga herinneren dan die prestatie op die eerste berg. Niet omdat ik niet ambitieus zou zijn, of competitief, maar omdat de gelukkigste, mooiste momenten gebeuren in wat Haidt ‘the in-between’ noemt. Samen dus. De klop op mijn rug van Noud voel ik nog. Wat twee bergen beklimmen je kan leren.