RSS feed
2023

2015

Dinsdag 2 juni 2015, blogpost van Cornelis: de statistieken

  • Afstand 116 km
  • Gemiddelde snelheid: 23,7 km/uur
  • Hoogtemeters 2080
  • Aantal meters gedaald 1570 m

Maandag 1 juni 2015, blogpost van Jaap: Denken op de fiets

Waar denk je nou zo’n hele dag aan als je eindeloos op die fiets zit? vroeg onlangs iemand aan me. Vandaag stapten we iets over 9 uur op en iets over half zes vanmiddag weer af. Bijna 9 uur onder weg, je zou denken dat er dan toch wel wat gedachten langs komen, niet? Het goede nieuws is dat er echt wel wat wordt afgedacht zo onderweg. Het slechte nieuws, misschien, maar dat is een kwestie van perspectief, dat nagenoeg alle gedachten niet zijn om over naar huis te schrijven. Ik schat dat zo’n 80% van de bewust beleefde gedachten gaan over het fietsen op dat moment zelf. Dit is een hele rijke denkwereld. Het gaat dan bij voorbeeld over de kwaliteit van het wegdek. Vandaag reden we een lang stuk over een witte weg op weg naar Lleida, zo onbeduidend dat die de meeste kaarten niet haalt, nog net geen grindpad, maar geef het een paar jaar en het is zo ver; zowel het dalen als het stijgen zijn dan een crime, naar beneden wordt al snel gevaarlijk omdat je alle kanten opschiet, omhoog verlies je steeds vaart door alle oneffenheden, uitwijken voor gaten en bobbels, steeds corrigeren, alles in je lichaam wordt los of juist vastgerommeld. Bij zo’n wegdek denk je verder niks meer. Dan is er de positie in het peloton. Als je voorop rijdt bepaal je het tempo van de groep. Dat is nog een hele kunst. Wij zijn geen watjes, dus als je voorop komt betekent dat meestal dat er gas gegeven wordt. Sommigen onder ons kunnen zo ongenadig veel gas geven dat het peloton gaat muiten en de man voorop als kapitein zonder schip hard wegrijdt. Het wil nog wel eens 10 minuten duren voordat hij achterom kijkt om te constateren dat het peloton verdwenen is. Inspanning voor niets geweest. Maar ook als het goed gaat en je juist een mooi tempo maalt voor de groep vraagt dat alle aandacht. Ik reed aan het slot van de etappe vanmiddag voorop en zette een straf tempo in van zo’n 35 km/u. Niets is hier vlak, ook niet een vlakke weg, en hoe hard rijd je dan een lichte heuvel op? Bij vol doortrekken doemt het kapitein-zonder-schip syndroom op en hoe lang hou je het vol?  Het tempo laten zakken en het peloton duikt over je heen. Kortom, lastig, keuzes maken. Het schijnt dat toen ik voorop reed we langs het meer van Tremp reden. Heb er een vaag beeld van, maar meer ook niet. Voorop rijden verengt de blik en het bewustzijn tot het tempo, de weg, de spierspanning en hoe lang hou ik het nog vol. Midden in het peloton rijden vraagt ook veel aandacht, vooral als er voorop tempo wordt gemaakt. Je bent voortdurend bezig snelheid, ritme en ietsje naar links of rechts aan te passen aan de man voor je, de windrichting en het wegdek. Spookbeelden van over elkaar heen buitelende profwielrenners zijn nooit ver weg. Moet je leren, dat dicht op elkaar fietsen, elk jaar weer. Het mooie is dat je brein zich hierop steeds weer instelt. Het gaat bij voorbeeld makkelijker als je niet naar de billen vlak voor je kijkt (zeker niet als zich daar de inmiddels bijna doorzichtige fietsbroek van Onno bevindt), maar naar de schouders van een man of drie, vier voor je. Het brein voert dan automatisch correcties uit op basis van al die subtiele factoren die sensorisch worden geregistreerd. Maar dit vraagt wel opperste concentratie. Sterke, bewuste gedachten van jezelf ontwikkelen midden in peloton is echt gevaarlijk. Je kunt eigenlijk alleen wat eigen denkwerk verrichten als je achterin in het peloton fietst.  Geen wonder dat Joost, degene die aan tafel altijd voor wat extra diepgang zorgt, graag achterin vertoeft en ook Maurits, ook zo’n notoire denker, zich daar regelmatig laat zien. Klimmen veroorzaakt weer heel andere gedachten. Het is een voortdurend afwegen van tempo, stijgingspercentage, nog af te leggen afstand, pijn, verzuring en Verste Rekpunt, in een poging grip te krijgen en te houden op de hart-long machine die de spieren aan de praat moet houden.  Als dat nog niet genoeg is heb je makkers in de buurt. Blijf je samen rijden, eerst maar eens rustig omhoog, arggh, hij zet aan, kan ik mee of laat ik hem gaan, waarom fietst hij nu door, is hij net zo stuk als ik, hoor ik hem zwaarder adem halen, moet ik dus niet aanzetten en kijken of ik hem eraf krijg? Kan ik de man voor me voorbij, en kan ik hem dan ook achter me houden? Ik word ingehaald, kan ik aanpikken? Enzovoort. Wij zijn in het geheel niet competitief, eigenlijk alleen als de ander zwakker lijkt te zijn, schijnen de chimpansees ook te hebben. Maar alle aandacht wordt verlamd wanneer je er doorheen zit, zoals Onno gister, soms door hongerklop, zoals Fred gister en Noud op het laatst vandaag. Het lijden neemt dan in korte tijd ellendige proporties aan. Alles wat zich aandient om het lijden te verzachten moet je dan aangrijpen. Je hebt nauwelijks nog door dat je fietst en je fietst ook nauwelijks nog. Het lichaam dat gevoed of gerust moet worden neemt dan de overhand, bye bye verstand. Met dit alles gaat dus zon 80% van het denken op zo’n dag heen. De resterende 20% gaat grotendeels naar de omgeving, het uitzicht, de vogels in de lucht, de vos die vanmorgen voor ons de berm in schoot. Vandaag was wat dat betreft een hoogtepunt. We reden het voorgebergte van de Pyreneeën in, indrukwekkende rotspartijen en vergezichten, we waren weer diep onder de indruk, zoals zo vaak door al dat moois waar we doorheen mochten fietsen de afgelopen jaren. Het laatste restje denken zou tijdens de lunch plaats kunnen vinden. Maar vandaag niet. De lunch lag ver weg, pas na 95 km, bijna net iets te ver zoals de stad Omsk in Drs. P’s magistrale trojka lied. Het was warm de zon brandde.  We zegen neer bij de pleisterplaats die Bert voor ons in de schaduw had georganiseerd. Stilte, kauwen en drinken en toen nog meer stilte. We vielen allemaal in slaap, realiseerden we ons na een minuut of tien. Powernap voor 50+ers, moest even. Kortom, als we denken, denken we nagenoeg uitsluitend in het hier en nu. Dat schijnt een probaat geluksmiddel te zijn en niet voor niets verheugen we ons steeds een jaar lang op de nieuwe tocht die we gaan maken. Het is pure meditatie.

Maandag 1 juni 2015, blogpost van Fred: Geen Stijl

Het hoge woord is eruit: ons peloton F4F-klasbakken kent geen stilist. In de zesde editie van F4F ligt dus weer een illusie aan diggelen. We weten dat we geen vedetten zijn. Ala! Doen we niet moeilijk over. Maar dat we nu ook onszelf de maat hebben genomen en moeten concluderen dat we – ‘misschien op Jaap na’ – geen stilisten zijn, dat hakt erin.
Voor u, lezer, moet dit overkomen als overgevoeligheid van oude mannen. Dat klopt en dat moet serieus genomen worden. Kijk, van Noud weten we dat hij keihard fietst met wijd uitstaande benen, alsof hij niet fietst maar een paard berijdt. Geen probleem, want onze wegkapitein maalt er niet om. Van onze Onno is wijd en zijd bekend dat hij fietst als een oermens, een Viking. Pure kracht die de pedalen in een soort maaiende beweging straft. Maurits is de spreekwoordelijke stoemper: kracht x doorzetten = Maurits. Net als het kenmerkende verbazing dat hij in een beklimming weer in de achterhoede belandt. Geen stilist, wel een renner.
En zo hebben we dus allemaal wat. Ook ikzelf. In winkelruiten en andere spiegelende oppervlakken zie ik mezelf wel eens rijden. Dat doe je gewoon als wielrenner. Het zou eigenlijk een Rule uit The Rules (lees mijn blog van gisteren) moeten zijn: in winkelruiten zie je al fietsend altijd pure klasse en stijl. Ook als het een ruit van de V&D betreft. Helaas geven beelden en foto’s van mezelf die werkelijkheid niet altijd weer. Ik zie een renner met weliswaar lange pezige en gebruinde benen, maar ook een wat gedrongen romp. Te ver naar voren gebogen. Niet een soepele zit, om van de tred – waar winkelruiten uiteraard ook een vals beeld van geven – maar te zwijgen. Te onrustig bewegend. Eigenlijk toch een kompel die een dansje doet. Ook ik! Alleen Jaap zit perfect stil. Maar voor het oog nog wat te hoog?. Het is om horendol van te worden. Wij geen stilisten?!
Mannen van middelbare leeftijd, in de bloei van hun goeddeels voorbij leven, verliezen een illusie. En laat dat nou dit jaar – oh ironie – één van de gekozen thema’s aan tafel te zijn. We lezen ‘When Nietsche wept’ van Irvin Yalom. Het gaat in de tafeldiscussie om de vraag van Nietsche: kunnen we leven zonder vast te houden aan illusies en niet te vervallen in nihilisme? Grote vragen, want we hebben doorgeleerd. De vraag geeft ruimte voor een nieuw licht op ons stilistisch vermogen. Nieuwe inzichten. Laten we eerlijk zijn, Noud fietst wijdbeens, maar met een onwaarschijnlijk soepel tempo. Tempo hoort bij een goeie stijl. En Onno weet de slingerende beweging tot iets hypnotiserends te maken: stijl als perpetuum mobile. En eerlijk is eerlijk: Maurits’ kromming naar het stuur is de stijl voorbij. Toch?
Nee, natuurlijk niet. Wij zitten misschien wel ‘als een drol op een fiets’. Maar in de illusie dat het er beter uitziet, stilistisch overtuigt, vinden wij de troost. Illusie schenkt troost. En die vinden wij, vermeende Adonissen (Peter voorop), toch in de gedachte dat het er pico bello uitziet. Al was het maar dat we toch er ALS GROEP fantastisch uitzien. Toch??…

Maandag 1 juni 2015, blogpost van Cornelis, de statistieken

Statistieken dag 3

  • Afstand 142 km
  • Gemiddelde snelheid: 25,6 km/uur
  • Hoogtemeters: 2.170
  • Aantal meters gedaald: 2.590 meter
  • Max snelheid 73,7 km/ uur

Zondag 31 mei 2015. Blogpost van Fred: Hongerklop

Vandaag klopte de hongerklop aan mijn deur. Het scheelde niet veel of hij was met geweld binnen gevallen. Het is zo’n prachtwoord uit het wieleridioom: hongerklop. Een trefzeker begrip dat omschrijft wat er gebeurt. De klap die honger kan geven. Niet Knud Hamsuns’ honger, die soms fraai beschrijft wat er met de menselijke geest gebeurt. De niet literaire wielervariant is gewoon: te laat en te weinig eten en de pedalen niet meer rond krijgen. Fysiek onvermogen, al is ook onnavolgbaar wat er in je hoofd gebeurt. Ik zag ooit het zwart voor de ogen, trilde, had het koud en warm toen ik de magistrale Col d’Izoard beklom. Duizend flarden van gedachten raasden als hongerige ratten door mijn hoofd. En tijdens een Spaans trainingsritje in kokende hitte, kon ik na een zware klim mijn stuur niet meer vasthouden. Ik stortte mij naar beneden, de eerste de beste akker invluchtend om – god betere – een watermeloen weg te graaien en op het asfalt stuk te gooien, mijn handen klauwend in onrijp vruchtvlees.
Toen had ik The Rules nog niet gelezen. Een mooi boekje van fanatieke ‘ Velominati’ die daarin ‘The way of the Cycling Disciple’ beschrijven. regel één: Obey the Rules. Regels als: de pootjes van je bril moeten over de helmriempjes worden geplaatst, kruiden dit boekje. Aan het einde van de vermakelijke zin en onzin staat rule #91: no food in training rides under four hours. Daarin staat de gouden regel dat je bij langere tochten begint met eten voor je honger krijgt. De tocht vandaag is langer dan gepland. Geen 120, maar 140 km. En we missen onze lunchplek door een misverstand. In mijn hoofd stond die op 80 km. Het extra banaantje ben ik vergeten. Na Horta de Sant Joan, op de flank van het prachtige massief van Els Ports, zou de lunchplek van onze begeleider Bert zijn. De maag voelt al wat leeg, de benen wat slap, het hoofd minder stabiel. Maar die plek komt maar niet. Ik word onvaster. Lichte paniek. We rijden in straf tempo door. Waar is Bert? Beelden van banaantjes, boterhammen met Nutella en soep uit een pakje nemen bezit van mijn hoofd. Zelfs Jamie Oliver passeert in de maalstroom. Voorzichtig deel ik mijn zorg. Maar stilte heerst in het hunkerende peloton, waar meer pijn rondrijdt. We gaan door, Jaap en Cornelis voorop, omhoog, dalend, weer een klimmetje. De dag dat wegkapitein Noud per ongeluk zijn track met de route wist, dreig ik zelf het spoor te verliezen. Hongerklop spookt door mijn hoofd. Een bocht, weer een klimmetje. Ik word een rijdende personage uit Hamsuns’ honger: onsamenhangend, klagend, worstelend vooral. De schitterende omgeving kan mij gestolen worden, de overvliegende wielewaal is voor mij een spreeuw, het wegdek vijandig terrein: ik wil eten! En dan doemt Bot op. Bert is zoek, maar Bot is redding. Een onduidelijk dorpje met een krankzinnige naam. Een snelle, nerveuze zoektocht volgt. In een foeilelijk vreetlokaal met hilarisch gewelfd plafond en onverdraagzame herrie vind ik de verlossing. Een cola en hamburger – meer is er niet – doen mij terugkeren in de wereld van wielerheren. Heren die The Rules kennen en wielrennen omarmen als een way of life, ‘obsessed with style, heritage, authenticity and wisdom as with performance’. Mooi verhaal. Het laagje tussen beschaving, regels en woest wielrennen is dun. Hongerklop is genoeg. Niets meer, niets minder. De weg naar Flix is na het maaltje een peulenschil. En de wielewaal is weer de wielewaal.

Zondag 31 mei 2015, Blogpost van Jaap: Gnothi seauton

Ken uzelf, zei een inscriptie in de Tempel van Apollo volgens de overlevering. De wijsheid is aan verschillende oude Grieken toegeschreven, waaronder Socrates, Pythagoras en Heraclitus. Maar het is makkelijker gezegd dan gedaan. Wat moet je doen om jezelf te kennen? Dat vertelt het verhaal niet. Heb je echt wat aan. Hele volksstammen filosofen, psychologen, mental coaches, veranderingsmanagers, paardenfluisteraars en wat dies meer zij proberen sinds die oude Grieken het antwoord te geven. Erg veel overeenstemming lijkt er niet te zijn. De makers van ons prachtige retro fietsshirt van dit jaar hebben er wat op gevonden. Achterop staat onderaan het shirt de volgende, intrigerende tekst: Only through suffering can we find ourselves. Deze tekst heeft al heel wat losgemaakt in het peloton. Het is een van de twee thema’s die soms met wat kunst- en vliegwerk langs komen in de speeches ’s avonds aan tafel (het andere thema is de vraag van Nietzsche of we kunnen leven zonder vast te houden aan illusies en evenmin te vervallen in nihilisme). U begrijpt, als het klimmen ons al niet op de knieën krijgt, dan toch zeker de intellectuele uitdagingen van deze tocht. Terug naar de tekst op het shirt, Only through suffering can we find ourselves. Is dat dan het antwoord op de Griekse instructie Ken uzelf? Het woord Only suggereert dat dit niet zomaar een antwoord is, maar zelfs het enige antwoord! Als het waar is zijn we met onze tocht natuurlijk goed op weg, lijden ligt hier voor het oprapen. Sterker nog, dit is onze zesde tocht, in de vorige edities is toch behoorlijk geleden zo her en der, zouden we onszelf misschien niet al lang kennen? We wisten toen natuurlijk nog niet dat alleen lijden ons leert onszelf te kennen, misschien is het ons allemaal een beetje ontgaan. Hoewel, ik heb tijdens onze tweede tocht, van Lausanne naar Florence, toch een dag of drie behoorlijk afgezien. Ik herinner me ook dat tijdens een klim de mentale weerstand zo verdwenen was dat alle bagger in mn leven ongefilterd binnenkwam. Ik heb mezelf toen leren kennen op een tot dan ongekende manier, maar of ik mezelf sindsdien ken? Maar nu zijn we gewaarschuwd, we weten wat we moeten doen om onszelf te leren kennen: lijden moeten we. Laat niemand van ons nog zeggen dat we niet wisten hoe we onszelf moesten kennen. De tocht dit jaar belooft wat dat betreft veel goeds. Vanaf woensdag fietsen we in de Pyreneeën, de lengte en stijgingspercentages van de grote cols jagen schrik aan. Als het een beetje meezit is het ook nog lekker koud en nat, dus dat wordt nog wat. Maar ook vandaag was er lijden te aanschouwen. Het was warm vandaag, 32 C na de lunch. We misten de lunch met Bert die ergens anders stond en moesten ons na 90 km behelpen met Hamburguesa completa in een buurtcentrum met een bar in het dorpje met de omineuze naam Bot. De tocht na de lunch zou eenvoudig zijn beloofde Cornelis, nog 40 km downhill en vlak, over een uurtje in het hotel. Hij bleek alleen het hoogteprofiel van oude tracks als basis voor deze belofte te gebruiken, in het echt gingen we vooral heel veel omhoog en fietsten we nog zo’n 55 km. Onno blies de eerste heuvel hard op, hij kan niet anders (zie de blogs uit alle voorafgaande jaren) en bovendien, ons was downhill en vlak voorspeld, dus dit klimmen zou wel snel over zijn. Niet dus. Het klimmen ging maar door, de hitte teisterde ons en Onno ging door zn hoeven. Oververhit, hartslag uit het lood, misselijk, alle kracht weg, hijgend als een paard aan het einde van het ploegen van een uphill akker, en geen eind aan die verdomde klim, en nog een, en nog een. Mn grote broer kapot, dat raakt.  Ik bleef de hele middag bij hem, samen zwijgend over de heuvels en wat ontspanning als het naar beneden ging.  Onno leed in stilte, maar afstappen was er natuurlijk niet bij. Zo kwam ook Onno uiteindelijk in Flix aan. Ouderwets afgezien. Pijn van weer een heel ander niveau. Maar nu willen we natuurlijk weten, heeft Onno zichzelf leren kennen? Is dat inderdaad het antwoord? We spraken er nog niet over en ik kan het hem nu niet vragen, hij ligt naast me al te slapen, op zoek naar herstel. Wellicht weten we morgen meer.

Zondag 31 mei 2015, Blogpost van Cornelis

De statistieken van dag 3:
  • Afstand 142 km
  • Gemiddelde snelheid: 25,6 km/uur
  • Hoogtemeters: 2.170
  • Aantal meters gedaald: 2.590
  • Max snelheid 73,7 km/ uur.

 

Zaterdag 30 mei 2015, blogpost van Fred: Freudiaans verzet(je)

(deze blog is niet geschikt voor mannenhaters)

Fietsen en erotiek liggen over elkaar heen (Freud!). Tot in de hoogste kringen. Jaren geleden schreef ik eens een speech voor een Limburgse minister, die – was ik achter gekomen – ooit scabreuze gedichtjes schreef voor Propria Cures. Hij moest iets zeggen voor een opening ergens bij Maastricht. Ik verwerkte er een citaat in, uit een gedicht van Jan Campert. ‘De heuvels van het land zwellen als de borsten van een vrouw’. Dat ging over Limburg. Tot mijn stomme verbazing vond hij het prachtig. Een uitroepteken sierde mijn, of eigenlijk zíjn spreektekst. Hij hield ook van fietsen. Sindsdien ben ik over ministers anders gaan denken. Maar dit terzijde.
Deze totaal niet terzake doende herinnering kwam al fietsend tussen Onda en Forcall bij mij op. Stelt u zich voor: mannen in rose Giro d’Italia Rabobankshirts rijden in de warmte van het Spaanse land, over de heuvels en bergen. Ze zijn vrij en avontuurlijk van geest. Zij lijden en hunkeren naar bewondering, of op zijn minst instemming. Een lange rechte weg. Een man en vrouw op een paard naderen. De gesprekken verstommen. De blikken draaien naar links. Het is de vrouw. De kont van het sierlijke paard is massief, zwart glimmend. De ronde billen van de vrouw, gestoken in een beige strak zittende rijbroek, vormen een perfect antwoord, vol finesse en harmonie. De amazone zit kaarsrecht. Haar been – het been dat we zien – is niet lang, maar welgevormd. Zij zit rechtop, maar drukt al wiegend op het paard haar boezem naar voren. En kijkt ons schalks, enigszins hautain aan. Aan De man heb ik geen concrete herinnering, behalve dat de groep – bij de eerste stop druk evaluerend – hem benijdde. Daar werden de tongen losser. En de fantasie. Stel dat ze niet op het paard, maar op ….. Was ze die man niet vreselijk zat? Zag ze de mannelijke viriliteit op onze stalen rossen? We zijn van huis en gevoelige mannen. Al moet ik bekennen dat er twee maten – niet de minste waar het om affiniteit met de andere sekse betreft – het hele tafereel totaal, maar dan ook totaal ontgaan was. Tot verbijstering van de rest van de groep. Freud fietst altijd mee. What’s on a man’s mind is complex en soms eenvoudig. We rijden vol passie, we beklimmen bergen of de heilige graal ons wacht, liefst om als eerste boven te komen (zoals ik vandaag op de col d’Ares). En we hopen soms op een dama Bianca aan de finish, zoals de Italiaanse wielergod Fausto Coppi had in zijn gouden tijd. Of een ordinaire rondemiss. Voor een vette knipoog. Net zo één als ik u nu geef. Maar dan met weemoed en verlangen. Naar dat ene verzetje, dat soepeler en machtiger is dan wel verzet op onze fiets dan ook. We rijgen illusies aan elkaar. We voelen ons er goed bij. De amazone is ons allang vergeten.’

Zaterdag 30 mei 2015, blogpost van Jaap: Levels of pain

Onda kleurt roze als wij ons klaar maken voor vertrek. De stad fleurt er zichtbaar van op. Talloze fietsers fladderen langs ons hotel de stad uit, in geweldige Spaanse pakken, maar niemand komt in de buurt van ons tenu. Van de roze trui zie je er doorgaans maar een, de leider in het klassement van de Giro. Wij dragen er allemaal een en dat zegt wat. Allemaal leider in ons persoonlijk klassement. Het ziet er knettergek uit, als we met onze fietsen door een bloemenperk klauteren naar een fontein om een fotootje te maken. Poetin heeft net weer wat mensen in de bak gegooid die deelnamen aan een illegale gay parade. Wij komen Rusland met deze shirts niet in.
Maar eenmaal op de fiets, in het landschap, is dat roze fantastisch. Al jaren maken we er foto’s van en nooit zie je daarop wat wij zien op de fiets. Het roze steekt zo af tegen alles wat te zien is, de kleur prikkelt onmiddellijk de zinnen, natuurlijk is het volstrekt over de top, maar het doet wat. We herkennen elkaar ook van ver als we ver voor of achter liggen in een klim, ook makkelijk. Aan het begin heeft de etappe weer een hoog limoncello gehalte. We rollen door het landschap, vals plat omhoog en naar beneden. Ontspannen fietsen. Als we eens een stuk klimmen fiets ik rustig pratend met Joost omhoog. Verhalen van onze jeugd en onze vaders, en onze drommelse zonen. Wat geven we door? Koffie op een pleintje in Atzeneta del Maestra, met schitterende steegjes. Veel wielrenners door het dorp, met nrs op hun fiets, een tocht aan de gang? Als we het dorp uitfietsen zien we ineens een paar honderd wielrenners staan wachten, ze gaan kennelijk zo van start. Wij fietsen een stuk voor ze uit, als een geweldige roze middelvinger. Maar langzaam halen ze ons in. Als wij rechtdoor moeten slaan ze linksaf, de heuvels in. 287 km fietsen ze vandaag, zegt een verkeersregelaar. Wat? De cognitieve dissonantie slaat toe. Vertwijfeling in onze ogen. Hoe kan dat? We dachten dat wij deze week een bijzondere prestatie leverden, en fietsen hier maar zo een paar honderd Spanjaarden ons uit de glorie? Dit kan niet waar zijn. We beginnen direct te verzinnen waarom het niet kan kloppen dat ze vandaag 287 km fietsen, gemiddelde snelheid, uren fietsen op een dag, etc, Fred en ik spreken af straks op het internet eens goed onderzoek te doen naar deze mysterieuze tocht, wat we hier zien moet zorgvuldig worden gedeconstrueerd en tot aanvaardbare, dwz minder heroïsche proporties dan de onze, worden teruggebracht. Even later mogen we zelf aan de bak, de klim naar Ares wacht op ons, de top op 1137 mtr. Cornelis is de hele dag al sterk, niet van de kop geweest. Met Fred, altijd vooraan als er echt geklommen wordt, is hij
weer vooruit. Ik ga er achteraan, kom in het wiel maar ze gaan te hard, ik ga niet echt stuk maar houd het tempo niet. Langzaam fietsen ze van me weg. Ik zie Fred voor me ook wegrijden bij Cornelis. Ik pieker wat er aan de hand is, waarom kom ik niet harder vooruit? En dan ineens begint het me te dagen. Ik zit op het verkeerde pijn niveau. Ja, dit doet pijn, benen steken, maar ik ga niet stuk. Ik moet gewoon harder fietsen. Dat doet meer pijn, ik ben gewoon vergeten hoeveel pijn ik kan hebben tijdens het klimmen, ben op een te laag pijn niveau blijven hangen. Ik zet aan, bijt me door de eerste, verdiepende pijn heen en met deze extra pijn begin ik Cornelis in te halen. Gaat eigenlijk best, harder fietsen, meer pijn. Cornelis komt dichterbij, ik kan hem voorbij. Ik zie Fred weer in de buurt komen en zo fiets ik een meter of 200 achter hem aan naar boven. Gave, leerzame
klim. Onthouden als we in de Pyreneeën fietsen straks. Boven staat de lunch klaar, onder steeds grauwer wordende luchten cum onweer gerommel. Precies als we weer opstappen vallen de eerste
druppels. Regenjekkies aan, toch maar naar beneden. Het lijkt wel hagel, hard in je gezicht. Binnen twee minuten volledig doorgeregend, voel het water in m’n schoenen staan, het wordt al snel koud. Ha, dit lijkt erop, de mannen staat echt lijden te wachten. Maar we slaan rechtsaf, weg van de bui, het wordt aangenaam warmer, de druppels drogen op en de jekkies mogen uit. We jakkeren naar onze rustplaats Forcall, nog even aanzetten voor het slot. In Forcall blijken we op een dorpspleintje uit te komen, met een prachtig hotel, Palau des Ossets. Heerlijke kamer, fantastisch eten. De mannen gaan gelukkig naar bed, de illusie van onze heroïsche prestatie koesterend, de aanval van echte wielrenners vakkundig verdrongen.

Zaterdag 30 mei 2015, blogpost van Cornelis, de statistieken

De rit ging van Onda naar  Forcall.

  • Totaal aantal kilometers: 124
  • Gemiddelde snelheid:  25,1 km/ uur
  • Hoogtemeters: 2.125
  • Aantal meters gedaald: 1.510 meter