RSS feed
2018

Fietsen4Fietsen2012

Etappe maandag 3 juni Matera – Brindisi

Etappe maandag 3 juni Matera - Brindisi

Etappe maandag 3 juni Matera – Brindisi

How to Design Your Own Clothing Line for Free
Isabel Marant Sneakers7 easy summer to fall looks

Zondag, 17 juni 2012, blogpost van Fred

Archeologie van het asfalt

Het wegdek vertelt veel van een land. Zeker ook het wegdek tussen Florence en Napoli, dat voer van onze wielen was. En vandaag – of eigenlijk gisteren – zeker. Weerbarstig voer. Bij het naderen van Napoli veranderde het wegdek van vriend in vijand. Napoli, de in Wereldoorlog II meest gebombardeerde Italiaanse stad is nog steeds een mijnenveld, met gaten, bulten, sleuven, scheuren, breuken. Als we van ons romantische pleintje in Piedimonti vertrekken denken we aan de berg die ons wacht, de Vesuvius. Niet aan het wegdek. We groeten de hotelier en er klinkt geklik vanonder onze zolen. Op weg voor de laatste etappe. We dalen en stijgen soms, terwijl de temperatuur angstaanjagend stijgt. Het maakt geuren los. Niet alleen die van het asfalt, met zijn penetrante zure lucht als van zwetende olie. Nee, ook die van het platteland en de idylle die ons omgeeft. Gioia Sannitica, Amorosi (we roepen het naar elkaar, omdat het om de liefde gaat), Sant’Agata de Goti. Het ruikt er naar jasmijn, naar rozemarijn en oregano, naar rozen en – soms – naar mest. Daar zien we ook de fietser met de twee tanden, waar Jaap en ik een verhaal bij verzinnen (‘hij opende zijn bidon met zijn tanden”, “hij heet Gianni, zijn palmares staan in zijn mond”, en lachen onze fluoride gebitten bloot, we zijn jongens). Maar na Sant’Agata is het gedaan met de idylle, met de zinnenprikkelende geuren en betoverende landschappen. We hebben goed tempo gereden. Om vanuit de droom snel in de ellende te komen. Die van de stad, de stank en het weerbarstige wegdek. Het andere leven, dat op het eerste gezicht meer tragiek dan vreugd heeft. Vanaf het moment dat we Napoli zien vanaf de berg is het mis. het begint met een dode rode kater, die opgeblazen aan de wegkant ligt. Dan komen de eerste vuilniszakken, zakken puin, of gewoon los afval. Plastic flesjes met latte, luiers, groenten, fruit in bruine tinten, kapotte kopjes, duizend dingen die nergens meer voor dienen. Ver, heel ver van het credo “afval is voedsel” dat duurzaamheidgoeroes prediken. Hier is afval afval. Niets meer, niets minder. De misselijkmakende geur van her en der achtergelaten vuilniszakken, die liggen te rotten onder de brandende zon. Opwaaiend of opgewaaid afval dat in bochten of stille stukken tegen de muren of heggen plakt. Op sommige plekken aangekleed met meestal Afrikaanse, gitzwarte bermhoeren. Armoe, misbruik. Het landschap wordt van idyllisch snel cynisch. En dan zijn we nog niet in de stad aan de voet van de Vesuvius. Ons peloton snelt voort, viert de sport, het leven, het lichaam. Napoli, veniamo qui! juicht het van binnen, al wacht de vulkaanflank. En stijgt de temperatuur richting de 40 graden. Maar we ruiken het. We ruiken de stad, het vuil en de dood. Die van de rode kater. En van menig ander. Geurvlagen van verrotting. Terwijl wij, soms diep, moeten ademen. Schone lucht willen. Zuiverheid. Schoonheid. Gezondheid. Woorden die hier een andere betekenis krijgen. Met de geur, het landschap en de mensen (dik, armoedig opzichtig gekleed, soms erg mooi, luidruchtig, brutaal, levenslustig; kortom, mensen) verandert ook het wegdek. Het wordt een soort slagveld, met loopgraven, tankgrachten, versperringen en levensgevaarlijke voertuigen. Het slagveld van de mobiele mens. Omdat we niet kunnen stilzitten, blijven. Fascinerend asfalt. Archeologie. Het materiaal alleen al. Behalve de platgereden hagedissen en ander leven, zie je remsporen, breuken en reparaties. Steeds weer, steeds meer. Hobbels, gaten, scheuren. Nergens is het echt nieuw aangelegd. Noodverbandjes. Haastige reparaties, die als zwarte korsten op het getekende asfalt liggen. Niet één of twee, maar soms tientallen per honderd meter. Het zegt veel over leven en cultuur. Archeologen zouden er inderdaad wel raad mee weten. Het is Parijs-Roubaix. Onze handen doen pijn. polsen, schouders, zitvlak: alles doet pijn, protesteert. Maar dan is er behalve asfalt ook steen. Zwart steen. Keitjes in kapotte waaiervorm aangelegd. Of zo maar neergekwakt. Er lijkt geen systeem. Tussen de toenemende stroom auto’s, vrachtwagens, bussen, scooters en overstekende Italianen zoeken wij ons een weg. Peter voorop, dan weer Maurits, Noud of ik. In de verte gestolde lava en as. Hier zwart steen, dat pijn doet. De apotheose: grote vierkante brokken natuursteen, vol gaten, hoeken, punten en schots en scheef neergelegd. Keihard. In dorpen en over doorgaande wegen. Voor de Vesuvius. En van de Vesuvius naar Napels. Over wat ergens de boulevard wordt genoemd, maar dan toch echt die van de ‘broken dreams’. Het martelende wegdek, het ten hemel schreiende stadslandschap, de lelijkheid en herrie. Hier wordt geleefd en geleden. In een zeer smal straatje hangt een dame op fietshoogte in een uitkragend balkon, met uitkragend decolleté. Wij moeten stoppen. Er ontspint zich een minitoneelstukje, vol gulzige blikken, eindigend met een langgerekt, verlangend Ciaaaoooo van de jongedame, die nooit zal weten wat voor cohort geweldenaren onder haar raam voorbijtrokken. Gelukkig. Oh ja, die Vesuvius waar we nog op moesten. Niet heel lang, wel slopend en schitterend. We deden het bijna allemaal. Peter the Gladiator haalde als eerste de top, na een tergend langzame inhaalrace op mij, die snel vertrok en nooit in het goede ritme kwam. Goede benen, geen lucht. Benauwd. Te zwaar dit verzet. Peter zijn welverdiende dagprijs. Eindelijk, en een hele mooie. Ook Noud passeert vlak onder de top. In kokende hitte een berg nemen met gemiddeld 8% stijging en stukken 12%. De Vesuvius ligt rustig maar maakt nog steeds slachtoffers. Ik kom kapot boven, teleurgesteld ook. Maar het asfalt was goed. Mooi, grijs asfalt. Met keurig gekalkte cijfers die de afstand tot het einde van de lijdensweg aangeven. Wit op grijs. Van binnen voel ik zwart. Maar boven is er onze begeleider Cok, Cola en druppelen de andere bedwingers van dit natuurverschijnsel binnen. Jaap, André, Maurits en Onno, zichtbaar kapot gevochten maar ook hij heeft het gered. Cornelis redt het niet: de hitte. André dus alweer goed. Met brede grijns vertelt hij van de Madonna del Vesuvio. Geen heilige, maar een fotomodel dat in een bocht haar borsten ontblootte voor een fotograaf. André de zelfverklaarde billenman was toch maar even van het uitzicht gaan genieten. Niemand heeft het gezien. You only see if you truely understand. Ik heb toch te snel gereden. Zelfs Peter heeft na zijn triomf iets spijtigs in zijn stem: ‘welke bocht was het?’.
Een prachtige afdaling, een bizarre stad, een hotel in Napels dat hotel Napels heet. We zijn er. Omhelzingen, ferme handdrukken, blijdschap en prille weemoed net als vorig jaarin Florence. We hebben het weer gedaan. En veel, maar nog te weinig geld opgehaald voor fietsen4fietsen.
Als we ’s avonds door de stad lopen zien we dat het barre wegdek op weg naar Napoli de metafoor is van een cynische, zwarte stad, die ons nu niet verovert. Wij koesteren dan ook een hele andere overwinning. Die van lichaam, geest en goed gezelschap. Volgend jaar verder. Nieuw asfalt. Avanti!

Partner ministry of Chuck Colson Center for Christian Worldview e
burberry outletSilver Spring Finally Makes It To Wall Street
List of Jobs Related to Fashion Design
woolrich de malaysia to shop online will be here to grow

List of Jobs Related to Fashion Design
woolrich teton explorer parka malaysia to shop online will be here to grow

Zondag, 17 juni 2012, blogpost van Jaap

Napoli – 17 juni. De slotkoers

 

Op een verrassend prettige lounge bank op het vliegveld van Napels schrijf ik dit laatste blogje, het is 6.30 u. Het duurt even voor ik de herinneringen aan de koers van gister in het werkgeheugen krijg.

Piedimonte, dat was het, aan de voet van de berg. Ontspannen op weg na croissantjes, koffie en een sportkrantje. Ontspannen over de laatste etappe, we zijn er bijna, nog 130 km te gaan, eigenlijk alleen de Vesuvius aan het eind om ons zorgen over te maken, maar dat is voor later. Eerst maar eens rustig uit de blokken.

Zo niet Peter. Bij de eerste geringste stijging van een meter of tien zet hij aan. Gewoon even lekker. En hij blijft de eerste 20 km uit het zicht van de groep, een kilometer voor ons uit fietsend, alleen. Gewoon even lekker.

Na een km of 30 dalen we van een heuvel en krijgen voor het eerst de Vesuvius in het vizier. Door wazige hitte rijst de vulkaan op aan de horizon, aan het eind van een vlakte met nog wat rimpels die op heuvels lijken.

Een klim richting Santa Agata en we doen het rustig aan, de nog vroege hitte drukt. Een oudere, gezette fietser komt de heuvel af. Verrast door  de schoonheid van de fieters4fietsers die in strakke cadans omhoog klimmen, lacht hij al zijn tanden bloot. Twee, om precies te zijn. “Laat die maar zitten” zei hij tegen de tandarts, “daarmee open ik mijn bidon op de fiets”.

Koffie in Santa Agata, bij het Castello Ducale uit de 15e eeuw. Ook hier zien we het patroon van de zaterdagochtend in Italiaanse dorpjes. De mannen scholen samen onder bomen, liefst in de buurt van een bar, voor weer een dag dolce far niente. De vrouwen scharrelen rond met boodschappentassen. Onze evolutionaire patronen zijn diep ingesleten hier, al lijkt het er niet op dat deze mannen ooit nog op jacht gaan of anderszins iets bijdragen.

Nog een kleine klim en dan de zinderende vlakte in die ons naar de voet van de Vesuvius brengt. Die voet heet hier Somma Vesuvia, aanmerkelijk minder bescheiden dan Piedimonte van vanmorgen. De lange weg is slecht en hobbelig. Het vuilnis aan de kant van de weg neemt snel toe, de geuren zijn niet meer van jasmijn en oleander, maar van vuil, dood en verderf. Wat een bende.

We eindigen in Somma bij het enige restaurant dat open lijkt. Het is 45 gr in de zon (schaduw is er niet). We schuilen echt tegen de hitte in het restaurant. Getekend, zoutranden op het gelaat en zware wallen. Een simpele pasta pomodore en liters water en cola doen goed. Cok mag zelfs een bouillonnetje voor ons trekken. Vertwijfeling over die ene laatste berg. Is alles al op of gaat het nog?

We treuzelen eindeloos bij het vertrek, ineens allemaal naar de wc en wachten totdat iemand zegt ” zullen we dan maar opstappen?”. Het is 36 gr in de schaduw en we gaan de Vesuvius op. Gekkenwerk. Maar niet klimmen is geen optie.

Eerst rond de berg door dorpjes met grote basaltkeien als wegdeksel, onze nieren en gewrichten worden opnieuw ingesteld.

Eindelijk de vulkaan op. Steil is die, de zwaarste klime van de hele week. Gemiddeld 8% over 10.4 km, met een paar keer stukken van boven de 12%. In het begin direct al, knarsend fiets ik achter Noud. Fred gaat hard weg, Peter volgt hem, dan Noud en ik. Even gaat Cornelis nog mee maar dan geeft hij op, bevangen door de hitte. Na een stuk genadeloze zon laat ik Noud gaan, de hitte zuigt alles leeg. Ik stop op 5.5 km onder een boom, gooi een bidon over me heen om af te koelen. Andre komt voorbij, teken dat ik er weer op moet. Het gaat beter nu, de verkoeling helpt en ik kan Andre weer voorbij. Het steilste stuk is boven, de laatste 500 mtr. En precies daar laat ik mn bidon vallen, die vrolijk de berg afrolt. Ik glibber er op mn fietsschoentjes achteraan, ga bijna onderuit. Uit stand op 12.3% weer opstappen. Het gaat, net. Boven klapt Cok me toe. Peter, Fred en Noud zitten er al, in die volgorde aangekomen. Peter, de nieuwe bergkoning, als eerste boven. Gewoon even lekker. Andre vertelt als hij boven komt dat hij onderweg een geweldig mooie vrouw zag die haar shirt uittrok om gefotografeerd te worden met Napels op de achtergrond. Wat klimmen op een vulkaan in de hitte al niet met je doet.

In de afdaling stoppen we voor plaatjes van de baai van Napels, met Capri voor de kust. Eenmaal beneden wachten ons bizarre steegjes en nog 20 km basaltkeien en andere kasseien. Ook hier brengt Noud ons feilloos naar het hotel, het is half acht en we hebben het weer gedaan. En weer zonder kleerscheuren. Ruim 920 km in zeven dagen fietsen, eindeloos klimmen en steeds warmer. Lange, zware dagen zijn het geweest. Zeg maar zeven Amstel Gold Races achter elkaar. De Giro Circa Cinquanta, met leesbrillen en al, kan het net aan. Met Augustinus hebben we gefietst, niet altijd gematigd, maar wel waarachtig.

’s Avonds aan het diner in een geweldig klein restaurantje midden in het sinistere Napels (geen plaats voor een talencursus voor uw kinderen) zijn we al weer monter. De benen voelen goed, de koppies zijn weliswaar afgetrokken, maar de grappen gaan als vanouds over tafel. En het gesprek gaat al weer over de tocht van volgend jaar. Napels – Athene, in vier dagen naar Bari, nachtboot naar Griekenland en dan nog drie dagen naar de Acropolis. Of door naar Sicilie om vandaar een jaar later de oversteek naar Spanje te maken? Het nieuwe avontuur wacht.

17 days of means
burberry scarfBridal Headbands for the Vintage Bride
Cloud Plays Critical Role in NCOIC Disaster Response Demonstration
woolrich vail parka in midnight blue form very easy discoveries

Cloud Plays Critical Role in NCOIC Disaster Response Demonstration
woolrich vail parka form very easy discoveries

Zaterdag, 16 juni 2012, statistiekpost van Cornelis

Routekaart zaterdag 16 juni 2012 Piedmonte - Napels

Routekaart zaterdag 16 juni 2012 Piedmonte – Napels

Afstand: 131 km
Duur: 6.17
Snelheid: 20.8 km/uur
Gestegen: 1955 meter

 

Hoogtekaart zaterdag 16 juni 2012 Piedmonte - Napels

Hoogtekaart zaterdag 16 juni 2012 Piedmonte – Napels

Make the basic dress
Isabel Marant SneakerStor Vaerdi I Hjemmet Med Et Orangeri
TONE PIQUE CAP SLEEVE POLO
woolrich schal most of them don’t

TONE PIQUE CAP SLEEVE POLO
woolrich roermond most of them don’t

Vrijdag, 15 juni 2012, blogpost van Fred

Er doorheen zitten

Het is een rare uitdrukking, er doorheen zitten. Maar iedere fietser kent het gevoel. Je kan niet meer. Tijdens de tocht of koers, maar er ook na. Tijdens de koers, kan je niet meer. Fysiek vooral, maar ook mentaal. Na de koers kan je niet meer, mentaaal, maar ook fysiek. Vandaag was zo’n dag waarop een aantal van ons er doorheen zat. De wallen onder de ogen, de stiltes in gesprekken, het staren in de leegte. Daar helpt geen Augustinus. Noch een bezoek aan de Paus, al leek die er ook een beetje doorheen te zitten. We stapten vanmorgen vertwijfeldop onze brikkies, in de wetenschap dat er 150 km moest worden gefietst, met 3 colls en in een toenemende hitte. Het zwijgen van het peloton breekt dan uit. We vetrokken uit de stad Sora, dat we zullen herinneren als een lelijke, foeilelijke stad. Een stad die ons ook nog een streek leverde, door als eresaluut aan onze moed en kracht een heuveltje van 24% voor te schotelen. Het kraakte niet alleen, we stapten bijna collectief af. Vertwijfeld, vermoeid, maar ook vanuit een zwakte van geest: spiegelgedrag. Iemand stapt af, en de rest volgt. Ik ook, ik zag de helling, ik zag het afstappen, ik voelde het bijna omvallen, en stapte af. Een picoseconde later is er al spijt. Waarom deed ik dit? Jaap en Noud rijden door. Er wordt niet gesproken, wel geincasseerd. Ik ben nog nooit afgestapt. Boven is er het hijgen, de pijn, de niet uitgesproken zinnen en de vetrwijfeling van het er doorheen zitten. Zere benen. Fysiek. Moedeloosheid. Mentaal. En toch ga je verder, om 5 minuten later toch betoverd te worden door de schoonheid die wel buiten Sora ligt opgetast in het landschap, de natuur en zelfs de mensen.

We zitten er doorheen, maar hebben wel elkaar nog. Daar zit de kern van deze groep. Ook daar hebben we eigenlijk Augustinus, Kinnegin, noch Haidt (onze intelectuele verzorgers in drie jaar) voor nodig. En zo doen we, wat we nu even niet uit boekjes hebben. We helpen. Nemen initiatief. De eerste col is die van de hervonden kameraadschap. Want hoe je er ook doorheen zit – zoals ik nu ik dit doodmoe schrijf – je kunt nog steeds iets betekenen. En zo fiets ik met Broer mee over die coll. En zo let Jaap op de burgemeester, die oermens die af en toe even niet meer kan. Soms doet hij denken aan al die wielrenners, niet zelden Vlamingen, met veel kracht, die ook te weinig wonnen. Jaap let op hem. En eigenlijk letten we allemaal op hem, geliefd als hij is. We letten op iedereen, ook Maurits die er doorheen zit en van de weeromstuit gewoon eerder is vertrokken. Met Broer rijd ik soepel omhoog. En hij eigenlijk ook. We horen de wielewaal, zien de sikkeltjes van zwaluwen door het landschap snijden en wijzen op het knalrode klaprozenveld. We voelen ons een beetje een klaproos. Maar we zitten er nog niet zo doorheen dat we geplukt willen worden. En zo gaat het op de tweede zware coll, waar ik zeer goede benen heb (de vorm is terug!) en de derde coll. Jaap toont zich de hoeder van hen die er doorheen zitten, die het moeilijk hebben. Inclusief hijzelf, af en toe. We kunnen het nu, na zoveel jaar, achteraf nog beter duiden. Met Augustinus, Kinneging en Jonathan Haidt op zak. Maar het is net zo oer als er doorheen zitten: de deugd van kameraadschap. Er voor elkaar zijn. Het is als familie. Zo zie je dat hier al dagen. Dat blijkt behalve uit het normale helpen – iets lenen, voor elkaar halen, een bemoedigend woordje spreken. Van het wat algeem verkennende ‘hoe gaat het?, tot het meer specifiek dwingende ‘laten we even stoppen’. Ook vandaag stroomt het door de groep. We doen het samen. Er is collectief besef op de 150 km tussen foeilelijk Sora naar charmant Piedimont de Alavese. Ik moet bekennen dat ik het op de tweede en derde coll niet toonde. Ik zat er niet doorheen. Ik ging ervoor. Ook dat kan in deze groep. Volgaan. De anderen  monsteren. Tempo zoeken. En dan: hard weg. Op de tweede coll zit ik juichend en feestend op het zadel. Ik draai als vanouds. Weg van de kameraden, de maatjes, die ik in de bochten onder mij zie zwoegen.Noud redt het niet. Cornelis ook niet. Zij achter. Dóór. Tandje erbij. Goede benen. Lucht. Warm. Nachtegaal. Orchideeen. Steil. Makkelijk. Niet moe. Tempo. Meer tempo. Beneden Cornelis. Geen zuur. Boven. Ik drink een colaatje in zo’n eenzaam barretje dat je alleen op dit soort desolate plekken tegenkomt. Ik klets wat over het weer en fietsen, maar denk steeds: waar blijven ze? Terugfietsend stuit ik al gauw op de hele groep. Ze zijn er gelukkig allemaal. De kameraden. Getekende gezichten. De derde coll is het niet anders. Na een barre, hete tocht door het dal en goede, maar zwijgzame lunch is er een nog zwaarder coll, ongeveer 25 km klimmen, met een korte daling. Ik zet beneden aan. Het is niet kameraadschappelijk dan te vertellen dat het een makkie was. Dat was het ook niet echt, al was er weer een colaatje, een barretje, nu met oude mannen en een minutenlang aanhoudend gevoel van ergens het eerste zijn. Noud en Cornelis komen als eerste. Peter daarna. We knallen weer één van die schitterrende afdalingen in. We blijven bij elkaar. Een ander gevoel, samen dalen in deze schittering. Dat gevoel van Tralala, ik zwier door de bochten, ik dans met het asfalt, ik hoor alle vogels, ik voel de wind om mij heen, ik zie prachtig landschap, ik gooi mij dansend in de bocht, ik speel met de zwaartekracht, de snelheid, en misschien ook wel met mijn leven, maar ach: we vormen een rij vogels die vliegen, maar niet uit de bocht. Het is een feest. Piedimonti. Het ligt er prachtig en beneden is het er prachtig. We zitten aan zo’n pleintje waar een historische film kan worden opgenomen. De kameraden verzamelen zich. Er zijn verhalen, er is bier. En er is het feest van de reis die bijna klaar is. Voor mij is er nu de broodnodige slaap. Ogen vallen dicht, ledematen voelen afgemat. Blogtechnisch zit doorheen. Ik lees het niet meer na, dus als het onsamenhangd is, dan klopt het. Kameraadschap, daar kun je van dromen. Slaap. Morgen Napels zien.

This also leads to a defection by one of the Knights
Isabel Marant Sneaker11 Fashion Fails ALF Will Never Live Down
Top 10 Best Short Hairstyles
woolrich reklamation group competence just for jobs in the fashion industry

Top 10 Best Short Hairstyles
woolrich girl luxury parka group competence just for jobs in the fashion industry

Vrijdag 15 juni 2012, blogpost van Jaap

Piedimonte – 15 juni Moeder aller koninginneritten

Weer een koninginnerit vandaag. Hoeveel koninginneritten heeft een tocht eigenlijk? Deze lijkt misschien nog wel zwaarder dan die van maandag. Drie zware cols van 600, 600 en 1.200 hoogtemeters, plus alle andere hoogte meters die we over 150 km tussendoor meesnabbelen. Het gevoel van gisteravond aan het diner dat het vandaag nog een tikkie zwaarder zal worden is nog tastbaar aan het ontbijt. We nuttigen het in grote stilte. Cok laat op de kaart zien waar de steile stukken zitten en die zijn talrijk vandaag. De bekkies staan nog wat strakker. Onze kleding laat zien hoe we er voorstaan vandaag. De afgelopen dagen waren we meestal unisono, maar vandaag draagt ieder wat anders. We staan er allemaal alleen voor. Gelukkig biedt Onno voor de start enige verlichting. Bij het inladen van zn koffer in de bus knalt er wat. Als de koffer open gaat blijkt zn scheerschuimfles te zijn ontploft, alles zit eronder, ook Augustinus.

In een frisse scheerschuimwalm vertrekken we dan eindelijk. Zoekend door Sora, dat overal even lelijk blijft. Links een pad in dat aardig begint maar ons dan tracteert op een bord met 24% erop. Goeie genade, we zitten koud tien minuten op de fiets en dan dit! Allemaal omhoog, maar de een na de ander stapt af. Alleen Noud en ik komen na een paar honderd meter fietsend boven. Totaal in het rood gefietst, mn longen barsten uit elkaar, hijgend en rochelend over mn stuur wacht ik op de anderen.  Nog 147 km te gaan en dit zou misschien wel eens een wat al te vroege genadeslag kunnen zijn.

Kans op herstel is er nu niet, we moeten voortdurend scherp omhoog en omlaag. Het duurt kilometers voordat de klim ritme krijgt. Eindelijk wordt het rustiger, nog zo’n 400 mtr omhoog en langzaam begin ik weer wat van de omgeving te zien.

De lange afdaling smaakt zoet na dit geweld. Het gas gaat er nog even goed op naar beneden en dan ploffen we na zo’n 40 km neer in een barretje voorbij Atina, langs de steeds hetere weg. Ondanks twee capuchino’s val ik in slaap in de bar, helemaal weg.

Op naar de tweede beklimming, van 350 naar 950 mtr. Mn benen zwoegen aan het begin, vermoeidheidspijn. Er zit maar een ding op, harder fietsen. Ik stamp me door de pijn heen en heel langzaam valt het lood van mn benen. Fred is vandaag weer beresterk, maar verder ga ik iedereen voorbij. Alleen Noud blijft bij. Nog eens een taai stuk van 20% alsof het niets is. Ik kan steeds weer aanzetten. Wat is het toch een raar gedoe dat klimmen.

Weer een zalige afdaling die ons in stilte en bewondering om ons heen laat kijken. Cok staat met de lunch klaar bij Pozzili. Heet is het er, we hebben net genoeg schaduw om te zitten. 37 gr meet Cornelis. Dat doet weer denken aan de slachting op de laatste dag vorig jaar. Maar het gaat beter nu, 15 km vlak en dan weer omhoog, voor 25 km klimmen. Ik blijf bij Maurits en Andre achteraan het veld. Onno komt in beeld, hij stapt af, ziek en misselijk. We wachten bij hem en dan met zn vieren verder. Een kilometer verder stapt hij weer af, nu gaat het echt niet meer en ik bel Cok of hij Onno wil komen halen. Verder omhoog, eindeloos klimmen en steil ook nog naar Letoni. Daar stapt Onno weer op de fiets, toch weer proberen. “Er is maar een ding erger dan je kloten voelen op de fiets, en dat is afstappen” zegt hij. Maar de rust heeft hem goed gedaan, als het weer omhoog gaat zet hij weer aan. De olifanten knokken zich omhoog, na drie versnellingen ben ik los. Hard doortrekken nu. In een stuk afdaling haalt Onno me weer bij en samen fietsen we langs het betoverende bergmeer Lago Maltese, onwaarschijnlijk mooi. Nog een keer 200 mtr stijgen en nog een keer hard omhoog, met de laatste restjes venijn.

Dan 20 km dalen, schier eindeloos. Van bovenaf kijken we het hele stuk recht het dal in. Goed geconcentreerd blijven, het ongeluk zit hier vaak in een klein steentje op of scheurtje in de weg. Maar jongens, wat is dit genieten, een glad wegdek, nagenoeg lege weg en een wonderbaarlijk uitzicht. Al het geploeter valt van ons af, we zitten weer strak op de fiets en laten ons de bewonderende blikken vanaf de kant welgevallen. Het had eindeloos door mogen gaan. Eindelijk dan aan de voet van de berg, Piedimonte onze bestemming. We eindigen op een schattig oud pleintje waar ons hotel blijkt te zijn. Met 8 paar holle ogen, bier en chips naar binnen werkend zitten we dan. Onvoorstelbare mooie tocht maar oh zo zwaar. Misschien verzin ik er  nog een mooi beeld bij maar mn ogen zijn al drie keer dicht gevallen.

as many denim heads like a tighter fit
louis vuitton bags5 Health Related FAQs Answered
The Does And Don’ts Of Zombie Survival
woolrich garantie How to Sell Fashion Illustrations

The Does And Don’ts Of Zombie Survival
woolrich made in usa How to Sell Fashion Illustrations

Vrijdag 15 juni 2012, statistiekpost van Cornelis

Routekaart vrijdag 15 juni 2012 Sora - Piedmonte

Routekaart vrijdag 15 juni 2012 Sora – Piedmonte

Duur: 6.55 uur
Afgelegde afstand: 152 km
Gem. Snelheid: 22.3 km/uur
Hoogtemeter: 2733m

 

Hoogtekaart vrijdag 15 juni 2012 Sora - Piedmonte

Hoogtekaart vrijdag 15 juni 2012 Sora – Piedmonte

what occasion to wear it
woolrich jassenHow to Wash a Sweater
What would the MFA uniform have looked like in the 90s
woolrich daunenparka arctic m’mommy has an eye as for style

What would the MFA uniform have looked like in the 90s
woolrich alternative m’mommy has an eye as for style

Donderdag 14 juni 2012, blogpost van Fred

SMERIGE STREKEN

De dame die het ontbijt verzorgt verzorgt zichzelf niet. Ze is wat mijn vader – zelf nooit de dunste – ‘corpulent’ noemde, om de staat van zijn eigen omvang een chique karakter te geven. Deze dame is niet alleen dik, ze heeft echt iedere ilusie van schoonheid of persoonlijkheid verloren. Ze draagt een morsige overgooier. Het haar is vet en lijkt er op geplakt. Ze heeft een schubbige huid. En ze is korzelig. Ook al zo’n woord dat mijn vader bezigde om ordinaire boosheid een wat voornamer karakter te geven. Nu schrijf ik zelf ‘bezigde’, terwijl ik natuurlijk gebruikte had moeten schrijven. Maar ja, verzorgd taalgebruik vraagt om variatie en juistheid van uitdrukking (Multatuli!). Maar ik dwaal af. De dame was onverzorgd. En het ontbijt was van een zelfde liefdeloosheid. Voor fietsers is onverzorgheid een doodzonde. Ook voor de al cerca cinquanta fietsers van @fietsen4fietsen. In het echte peloton heb je daarvoor soigneurs. Wij hebben alleen onszelf. Meestal hebben we daar meer dan genoeg aan. Ook in dit geval. Het verzorgen begint al in de morgen met het normale repertoire: douchen, tandenpoetsen, haar kammen. Niks bijzonders. Maar dan komt het grote smeren. Ik pleeg mijzelf in te smeren met een goede zonnebrandcreme. Een Nivea-flesje. Maar in de groep gaat ook Ambre Solaire rond.  Dat bestrijdt de zon met goede smaak. Maurits heeft een mooi flesje, dat zelfs in het doseren een en al royaal is. Er zit een pompje in dat geen melk, creme, of gel oplevert, maar een ‘spray’. De bedoeling is dat het op de huid komt, maar dat is bij gebruik buiten een naieve gedachte. Het meeste verdwijnt in de vrije buitenlucht. Goed concept. Deze dure verspilling staat in schril contrast tot wat wij – het is een mannenreis – billenvet noemen, maar wat in wielrennerstermen broekevet heet. Het is een lichtblauw goedje dat bij voorkeur ruim, met volle hand op het zitvlak wordt uitgesmeerd. Liefst ook nog op de zeem, of pad, of hoe het tegenwoordig ook mag heten in de broek zelf. De  fabrikant noemt het ‘Chamois Crème’, kennelijk in de wetenschap dat het voor ons, berggeiten, is bedoeld. Een ‘anti-friction demo-creme’ of ‘reibungsreduzierende Hautcreme’. Er zit gewoon water in, maar ook bijenwas en cyclopentasiloxane. En daar zitten we en groupe de hele dag op. Niets vermoedend, maar wel  ‘pre-ride’ toegepast, zoals de fabrikant benadrukt. Wij zijn heren en praten niet makkelijk over dit soort dingen, of het moet hilarisch zijn. Dat geldt minder voor de andere zaken, de verzorging betreffend. Doet Jaap nou iets in zijn haar, waardoor – als hij zijn helm afdoet – zijn haar altijd goed zit? Dat werd, natuurlijk, door een aantal vrouwen onlangs aan de kaak gesteld. Maar de ware ‘metroman’ is natuurlijk onze Peter. Niet alleen zijn fiets, ook hijzelf is onderwerp van perfecte verzorging. Hij is Jan Raas en Ruud Bakker (Jan’s oude soigneur) in één! Een professional. Die natuurlijk laatst van ons de vraag kreeg of hij zijn dagcrème al had aangebracht. Het interesseert hem allemaal geen sikkepit. Verzorging hoort erbij. Zelfs bij een doorsnee-fietser. En zo lig ik na de koers in de dampende metholgeur van Broer. Zijn benen heeft hij ingesmeerd met weer een ander curieus goedje: ‘Perskindol, voor spieren en gewrichten’. Voor je gewrichten! Een crème? Ook deze fabrikant is geen halve gare: ‘ niet in de ogen wrijven’ en ‘niet gebruiken bij zuigelingen’. Broer ligt er totaal relaxed van te worden en – een bijwerking? – snurkt niet zelden. U begrijpt, een zware tocht van Florence tot Napels, via Rome, doen wij van onder tot boven ingesmeerd met crèmmetjes en zalfjes van commercieel goedgekeurde kwakzalvers. Ik doe zelf, on top of that, ook een gel op mijn armkwetsuur. Al vijf dagen. Geen idee of het werkt. Lucas Reijnders – milieuprof en profeet – liet ooit op TV zien hoe je met veel vaseline, water en nog wat een emmer vol van de beste huidcrème maakte voor een paar gulden. Dat was toen. Ver voor de crisis.
Wij gaan niet als de onverzorgde ontbijtdame fietsen. Ook vandaag ziet het er perfect tot gewoon goed verzorgd uit. Het laat allemaal onverlet dat de tocht van vandaag weer prachtig, zwaar en heroisch was. Als gladiatoren lieten we ons bij het Collosseum vereeuwigen, om via één van de historisch radialen de stad uit te rijden. Plots rijdt je nog voor Palestrina door een in rots uitgehouwen doorgang en zijn we hatsikidee! weer betoverd door het platteland van Lazio. Het waren 137 zware kilometers, die we zonder onze zalfjes nooit zo snel hadden gereden. Er is geleden, ook achterin de groep, waar Jaap en ik ons vandaag vooral ophielden met Maurits en André. Pittige hobbels, maar ook schitterende afdalingen bij Cave, Vico nel Lazio, Piglio en Fiuggi, u hoort het al: alleen al de namen klinken naar poezie. Het lijken de crèmmetjes wel. Maar goed, ik ga mijn nachtcrème opdoen. Nog effe een klodder Perskindol van broer op mijn getergde benen en morgen gezond en topfit weer op. Waar zouden we zijn zonder illusies?

one thing for sure
chanel flats6 Images From My Life You Won’t Believe Aren’t Photoshopped
Tenor Lawrence Brownlee thrilled D
woolrich xs support coats everything from isaora

Tenor Lawrence Brownlee thrilled D
woolrich camouflage support coats everything from isaora

Donderdag 14 juni 2012, blogpost van Jaap

Helden met leesbrillen

Na de zegen van de Paus voor “de managers uit Nederland” was het vandaag een feestdag op de fiets. We waren niet de enigen die een zegen ontvingen. We deelden onze ontmoeting met de Paus met ca 7.000 anderen, verzameld in een reusachtige zaal. De mensen met Reparto Speziale kaartjes telden ca 1.200. Bepaald geen prima fila, we zitten zo’ n 15 rijen daarachter. Maar de bijeenkomst blijkt wel iets heel speciaals te zijn. Ik houd er drie dingen aan over:
1. Een mooi lesje nederigheid voor ons, de heren managers uit Nederland. Geen prima fila, slechts onderdeel van een grote massa, begroet worden door een Duitse kardinaal op de dag dat Nederland weer tegen Duitsland moet spelen. Het sluit op een misschien wat vreemde manier aan bij de woorden die de Paus in het Italiaans uitspreekt naar aanleiding van de tweede brief van Paulus aan de Korinthiers. Niet door eigen kracht of kunnen maar door Gods liefde alleen kunnen wij het leven volbrengen.
2. De Paus is voor al deze mensen een soort rockstar. Als hij opkomt gaat er een aanstekelijk gejuich op, mensen zwaaien, roepen, maken foto’s met iPads boven hun hoofd. Wij lachen misschien wat smalend om de Paus, maar hier zie je wat hij voor veel mensen betekent.
3. Verbinding. Dat is denk ik het echte Geheim van de Bronzen Poort. Van over de hele wereld stromen ze naar Rome om met de Paus en met elkaar te zijn. Een Mexicaanse hoempapa band speelt vrolijke liederen als ze worden begroet. Een Fins jongenskoor, met wel hele vreemde snuiters erbij, zingt prachtig als ze worden begroet. Een groep mensen in klederdracht uit Samoa, Brazilianen, heel veel Amerikanen, een grote groep Italianen uit het noorden en al die duizenden anderen die samen komen om iets bijzonders met de Paus te vieren. Wij steken daar schril bij af. Maar ook voor ons is die verbinding tastbaar. Het raakt de een meer dan de ander maar je kunt er niet omheen. Een bijzondere ochtend dus, die we toch niet graag hadden willen missen.

En zo gezegend mogen we weer fietsen. Een korte stop voor een fotomoment naast het Colosseum en daar gaan we, zonder Daan, Joost en Joris die helaas vandaag naar huis moeten. Eerst de stad uit zien te komen, tussen al die auto’s, vrachtwagens, bussen, scooters en de gassen die ze verspreiden, overhet cracquele van de rand van de weg, door gaten, barsten en kuilen door het zware verkeer in de weg geprent. Eindelijk komen we bij de heuvels in zuid-oostelijke richting van Rome. Het wordt fraai, steeds mooier, we zeggen het steds vaker tegen elkaar. Totaal onbekend land en zo mooi. Ik rijd vandaag met Maurits op, de hele dag goed tempo zonder jagen en scheuren.
In het dorpje Cave aan de caffe. Drie jochies komen aan fietsen en kijken ons met grote ogen aan. “Da dove venite?” waar komen jullie vandaan? “Da Ollanda”. Weliswaar niet in een keer maar dat is moeilijk uitleggen in het wat stroeve Italiaans. De bewondering spat van hun gezichten. Ze zien echte helden, hoe vaak komen die langs in Cave? Wel helden met leesbrillen, waarmee ze wijs proberen te worden uit routekaarten, hoogteprofielen en blackberries. Het ontgaat de jongens misschien, maar Fred en mij niet meer. Een zalig moment van betrekkelijkheid zet in. Het is maar van korte duur, er moet weer gekoerst worden en dat is een serieus mannenwerk.
We stijgen en dalen, heuvels en dalen rijgen zich aaneen. Links en rechts zien we schitterende dorpjes die als merklin bouwsels aan heuvels lijken geplakt. We lunchen op een briljante plek ergens in de heuvels, waar niet toevallig een beeld staat van de vorige Paus, hier met zijn eigen naam Woityla, door Lidy Peters aangeduid als JP 2 (de huidige Paus is B 16), die hier kennelijk een ‘cammino contemplativo’, een beschouwende wandeling heeft gemaakt.
Nog 65 km te gaan en na de lunch beginnen de heuvels en de afstand hun tol te eisen. Cok zegt later aan het diner dat wij een hele zware tocht rijden, door het klimmen maar vooral door de combinatie met de lange afstanden.

We fietsen vandaag 137 km en ruim 2.600 hoogtemeters en we ziin pas rond half zeven in het hotel. Door een landschap dat een wintersportachtige uitstraling heeft slaat de vermoeidheid steeds meer toe. We staan wat vaker stil om van het schitterende uitzicht te genieten. In het middeleeuws aandoende Vico nel Lazio zijn we getuige van de spectaculaire ontwikkelingen rond het dorpsplein, waar een man al 36 jaar vanachter kippegaas uit een raam loert naar een meiske van een jaar of 75, dat zich dagelijks strategisch opstelt onder een boom. Een rijzige dame van in de 80 staat ineens op en doet drie stappen naar het hek voor de kerk, waardoor een ander meiske van vergelijkbare leeftijd kleur moet bekennen en niets anders kan doen dan haar positie op de flank op te geven en zich naar het centrum van het toneel te begeven. De jongens van boven de 65, die al decennia vijnzen geen belangstelling te hebben, komen door dit strijdgewoel plots in beweging en schuifelen richting de grote boom van het meest gewilde meiske. Hoe dit allemaal afloopt, wij weten het niet want wij moeten door, maar het bleef ongetwijfeld nog lang onrustig in Vico.
Nog weer 400 meter stijgen, dalen en weer 200 meter omhoog. Zo gaat het tot de laatste afdaling naar Sora. Zonder aarzeling de lelijkste stad die we tegenkwamen op onze hele tocht vanuit Maastricht. Het hotel doet de stad eer aan, het heeft een boeiende Oost-Europese uitstraling. Maar voor de afgepijgerde helden doet het er niet toe. Ze zijn er, vallen neer aan een tafel om zich te goed te doen aan water, cola, bier en zoute chips. Ze eten zich plichtmatig vol voordat ze vroeg, leeggefietst naar bed gaan. De leesbril hoeft niet meer op. Morgen wordt langer en zwaarder.

Brands like Calvin Klein
woolrich salePamella Roland’s spring 2015 presentation
Best Western Redondo Beach Galleria Inn
woolrich test including those by designers Liz Claiborne

Best Western Redondo Beach Galleria Inn
woolrich unternehmen including those by designers Liz Claiborne

Donderdag 14 juni 2012, statistiekpost van Cornelis

Routekaart donderdag 14 juni 2012 Rome - Sora

Routekaart donderdag 14 juni 2012 Rome – Sora

Afstand: 137 km
Duur: 6.07
Gem. Snelheid: 22.2
Hoogtemeters: 2633m

 

Hoogtekaart donderdag 14 juni 2012 Rome - Sora

Hoogtekaart donderdag 14 juni 2012 Rome – Sora

Requirements for a Fashion Consultant
woolrich bolognaCleaning Wood and Trex Decks
DIY Plans for a Hope Chest
woolrich quilted city navy As the name indicates

DIY Plans for a Hope Chest
woolrich john rich & bros As the name indicates